Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
2 april 2025 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiser in conventie, verweerder in reconventie en Pré Wonen als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie (hierna: het bestreden vonnis).
3.Feiten
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
dat [appellant] al van kinds af aan op het boven genoemde adres wonend is en hier ook bij zijn opa en oma is opgegroeid samen met zijn zus en broertje. Mede verklaren wij dat [appellant] gezamenlijk veel dingen met zijn oma deed en haar veel ondersteunden in het huishouden waar nodig was. [appellant] was altijd op tijd thuis om samen met zijn oma te gaan eten ‘s avonds, tevens zaten ze vaak samen in de tuin een bordspel te spelen waarbij ook vaak de moeder van [appellant] erbij was.