Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1209

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
23-002334-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wet op de omzetbelasting 1968Art. 69 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep belastingfraude: onjuiste aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift

De verdachte, een advocaat met een eenmanszaak en later een bv, werd beschuldigd van het medeplegen van opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift over de periode 2008 tot 2014. Het hof stelde vast dat de verdachte bewust onjuiste omzetgegevens aan zijn boekhouders verstrekte, waardoor te weinig belasting werd afgedragen.

De feiten betroffen zowel de eenmanszaak als de bv, waarbij de verdachte feitelijk leiding gaf aan de bv. De verdediging voerde aan dat de verdachte geen opzet had en dat er sprake was van een vormverzuim bij het boekenonderzoek, maar het hof verwierp deze verweren. Het hof oordeelde dat de verdachte verantwoordelijk was voor de onjuiste aangiften en de vervalste administratie.

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 180 uur. Het hof vernietigde dit vonnis wegens een andere bewezenverklaring en legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 120 uur op, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de ernst van de feiten.

Het hof benadrukte de voorbeeldfunctie van de verdachte als advocaat en het aanzienlijke belastingnadeel dat door zijn handelen was veroorzaakt. De strafoplegging hield rekening met de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting en het tijdsverloop sinds de feiten.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 120 uur wegens opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002334-21
datum uitspraak: 8 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 augustus 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-993855-19 tegen:
[verdachte],
geboren te district [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1962,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 februari 2025 en 8 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – samengevat – tenlastegelegd dat:
Feit 1
Primair:
het medeplegen van het opzettelijk onjuist/onvolledig (laten) doen van aangiften omzetbelasting van de eenmanszaak in de periode van 29 februari 2008 tot en met 28 september 2011;
Subsidiair:
het medeplegen van valsheid in geschrift (bedrijfsadministratie van de eenmanszaak) in die periode;
Feit 2:
Primair:
het feitelijk leidinggeven aan het (mede)plegen door de bv van het opzettelijk onjuist/onvolledig (laten) doen van aangiften omzetbelasting van die bv in de periode van 31 oktober 2011 tot en met 31 oktober 2012;
Subsidiair:
het feitelijk leidinggeven aan het (mede)plegen door de bv van valsheid in geschrift (aangiften voor de omzetbelasting van de bv) in die periode ;
Meer subsidiair:
het (mede)plegen van het opzettelijk onjuist (laten) doen van aangiften omzetbelasting van de bv in die periode;
Meest subsidiair:
het (mede)plegen van valsheid in geschrift (aangiften voor de omzetbelasting van de bv) in die periode;
Feit 3:
Primair:
het (mede)plegen van valsheid in geschrift (bedrijfsadministratie eenmanszaak en bv) in de periode van 1 januari 2008 tot en met 10 december 2013;
Subsidiair:
het (mede)plegen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 januari 2014 van het als belastingplichtige niet voldoen aan de verplichtingen ten opzichte van het verstrekken van inlichtingen aan de Belastingdienst, geen administratie overeenkomstig de eisen van de belastingwet voeren en boeken/bescheiden/gegevensdrager niet bewaren;
en/of
het feitelijk leidinggeven aan het (mede)plegen van de bv in de periode van 21 juli 2011 tot en met 31 januari 2014 van het niet voldoen aan de verplichtingen ten opzichte van het verstrekken van inlichtingen aan de Belastingdienst, geen administratie overeenkomstig de eisen van de belastingwet voeren en boeken/bescheiden/gegevensdrager niet bewaren;
Feit 4:
Primair:
het (mede)plegen van het in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 januari 2014 niet of niet tijdig doen van de aangiften voor de omzetbelasting van de bv, immers nog niet op 18 februari 2016;
Subsidiair:
het feitelijk leidinggeven aan het (mede)plegen van de bv van het in die periode niet of niet tijdig doen van de aangiften voor de omzetbelasting van de bv, immers nog niet op 18 februari 2016.
De tekst van de gehele tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven reeds omdat het hof komt tot een (enigszins) andere bewezenverklaring.

Bewijsoverweging

Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten, steeds in de primaire variant.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Niet wordt betwist dat de verdachte wist dat in de ontvangsten van de Raad voor de Rechtsbijstand (hierna: de Raad) de BTW inbegrepen was, of dat de aangiften omzetbelasting (achteraf) onjuist waren. Wel wordt betwist dat de verdachte wetenschap dan wel opzet had. De verdachte heeft zelf geen aangiften omzetbelastingen ingediend maar heeft dit uitbesteed aan zijn boekhouders. De verdachte was in de veronderstelling dat de aangiften juist werden gedaan. De verdachte beseft dat hij verantwoordelijk is voor de aangiften, maar hij had het vertrouwen dat de aangiften juist werden gedaan en had geen reden om hieraan te twijfelen.
Subsidiair is aangevoerd dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken ten aanzien van feit 2 (het hof begrijpt: feit 4), omdat er in 2012 wel aangifte omzetbelasting is gedaan door middel van suppletieaangifte.
Ook heeft de verdediging een rechtmatigheidsverweer gevoerd.
Oordeel van het hof
Evenals de rechtbank acht het hof acht het onder 1 primair, onder 2 primair, onder 3 primair en 4 subsidiair tenlastegelegde bewezen en stelt op grond van de wettige bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast. [1]
Inleiding
De verdachte had sinds 1 oktober 1993 een advocatenpraktijk. Zijn zakelijke activiteiten waren tot 14 juli 2011 ondergebracht in zijn eenmanszaak met de handelsnaam [bedrijf 1] . Op 14 juli 2011 zijn deze activiteiten ingebracht in [bedrijf 1] B.V. (hierna: de bv). [2] De enig aandeelhouder en bestuurder van de bv was [bedrijf 2] B.V., waarvan de verdachte enig aandeelhouder en bestuurder is. [3] De verdachte was dus middellijk bestuurder van de bv.
De verdachte heeft tijdens zijn werkzaamheden in de eenmanszaak en bij de bv vergoedingen ontvangen van de Raad. Het algemene belastingtarief voor de omzetbelasting voor deze ontvangsten was voor
1 oktober 2012 19%. Met ingang van 1 oktober 2012 is het tarief vastgesteld op 21%. [4]
In december 2013 en maart 2014 heeft de Belastingdienst een boekenonderzoek bij de verdachte onderscheidenlijk de bv aangekondigd. Aanleiding voor het boekenonderzoek door de Belastingdienst waren de spontane mededelingen van de voormalige boekhouder van de verdachte en de bv, [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ), aan controlerend ambtenaar [deskundige] (hierna: [deskundige] ) van de Belastingdienst/FIOD rond juni 2013. [persoon 1] heeft verklaard dat de verdachte onjuiste jaarcijfers zou hebben verstrekt en zijn ontvangsten van de Raad op de door hem ingediende aangiften omzetbelasting ten onrechte als onbelaste omzet zou hebben vermeld terwijl hierop het omzetbelastingtarief van 19% of 21% van toepassing is, dan wel helemaal niet te hebben vermeld. Naar aanleiding van deze verklaring heeft [deskundige] een boekenonderzoek ingesteld bij de verdachte. [5] Tijdens dit onderzoek heeft [deskundige] geconstateerd dat zowel ten aanzien van de eenmanszaak als de bv de uitbetaalde bedragen door de Raad zonder BTW werden aangegeven. [6]
Start onderzoek rechtmatig
De verdediging stelt zich op het standpunt dat bij aanvang van voornoemd boekenonderzoek in 2013, ook het strafrechtelijk onderzoek is aangevangen. De verdachte is echter vooraf en tijdens het boekenonderzoek er niet op gewezen dat hij geen verplichting had mee te werken aan zijn eigen veroordeling. De raadsvrouw heeft tegen die achtergrond bepleit dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim waardoor de rechten van de verdachte zijn geschonden, hetgeen tot strafvermindering moet leiden.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een vormverzuim en het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging. Daartoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat er ten tijde van het boekenonderzoek nog geen redelijk vermoeden van schuld was, en dus ook nog geen reden om de cautie te geven. De opmerking van de oud-boekhouder tegen de ambtenaar van de belastingdienst dat de verdachte verkeerde aangiften omzetbelasting heeft gedaan, leidt niet vanzelfsprekend tot een strafrechtelijk onderzoek.
Het hof stelt vast dat de Belastingdienst op 3 december 2013 de aankondiging van het boekenonderzoek heeft gedaan. Op 10 december 2013 heeft de eerste controle plaatsgevonden door ambtenaar [deskundige] en een collega. De Belastingdienst heeft op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de bevoegdheid om een boekenonderzoek uit te voeren. Nu er sprake was een bestuursrechtelijke controle en geen strafrechtelijk onderzoek, hoefde de verdachte niet gewezen te worden op het beginsel dat een verdachte niet mag worden verplicht mee te werken aan hetgeen tot zijn veroordeling kan leiden. Uit niets blijkt dat op dat moment al sprake was van een strafrechtelijke verdenking. Het door de verdediging in hoger beroep overgelegde proces-verbaal van verhoor van ambtenaar [deskundige] van 10 januari 2019 maakt dat niet anders.
Op grond van het vorenstaande stelt het hof, evenals de rechtbank, vast dat er geen sprake is van schending van de rechten van de verdachte.
Ten aanzien van feit 1
Het hof stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vast dat de verdachte in de periode van 29 februari 2008 tot en met 28 september 2011 onjuist aangifte heeft gedaan of heeft laten doen door in deze aangiften een te laag bedrag aan omzet op te geven als ook de in de ontvangsten van de Raad begrepen omzetbelasting niet aan te geven en af te dragen, welke feiten ertoe strekken dat te weinig belasting werd geheven.
In het dossier bevinden zich overzichten van de omzetbelasting van de eenmanszaak [verdachte] over de jaren 2008, 2009, 2010 en 2011. [7] Tevens bevinden zich de elektronische aangiften ten aanzien van de tenlastegelegde periode in het dossier. [8] De eerste tenlastegelegde aangifte omzetbelasting van januari 2008 is ingediend op 29 februari 2008 en de laatste tenlastegelegde aangifte omzetbelasting ten aanzien van de eenmanszaak van augustus 2011 is ingediend op 28 september 2011. [9]
Uit de afschriften van de elektronische aangiften volgt dat de aangiften van januari 2008 en juli 2008 zijn gedaan door de heer [persoon 2] , die destijds de boekhouder van de verdachte was. De aangiften van februari 2008 tot en met juni 2008 en van augustus 2008 tot en met oktober 2008 zijn ingediend door de verdachte. De aangiften over de tijdvakken december 2008 tot en met september 2009 zijn ingediend door [persoon 1] . De aangiften over de tijdvakken oktober 2009 tot en met juli 2011 zijn ingediend door [persoon 3] (hierna: [persoon 3] ). [persoon 1] en [persoon 3] hebben bevestigd dat zij aangiften omzetbelasting voor de verdachte hebben gedaan. [10]
De Raad heeft in de brief van 26 november 2015 verklaard dat in alle betalingen aan de verdachte BTW is berekend. [11] Alle van de Raad ontvangen bedragen zijn dus inclusief omzetbelasting. Dit volgt ook uit de diverse Vaststellingen van de Raad voor diverse vergoedingen op naam van verdachte die zich in het dossier bevinden. [12] Deze BTW moet voor de omzetbelasting aangegeven worden en aan de Belastingdienst afgedragen worden. De heer [deskundige] van de belastingdienst heeft tijdens zijn boekenonderzoek vastgesteld dat de BTW van de ontvangsten van de Raad niet zijn aangegeven in de aangiftes omzetbelasting. Tevens blijkt uit de Nadeelberekening dat er in de tenlastegelegde periode een te laag bedrag aan omzet is opgegeven, waardoor er te weinig omzetbelasting is berekend en betaald. Zo is er op de ingediende aangiften van 2008, het jaar dat de verdachte grotendeels zijn eigen aangiften deed, vermeld dat er € 364.383,00 aan omzet is behaald, en dat daarover BTW is verschuldigd tot een bedrag van € 69.234,00. Uit de administratie blijkt echter dat er in dat jaar veel meer omzet is behaald. [13] Het hof concludeert daarom, net als de rechtbank, dat deze aangiftes omzetbelasting onjuist zijn. De onjuistheid van de aangiftes is door de verdachte ook niet betwist. [14]
Opzet
Door de verdediging is evenwel bepleit dat de verdachte geen opzet had met betrekking tot de (later gebleken onjuiste) aangiftes die de verdachte door de externe boekhouders heeft laten doen. Het hof overweegt daarover als volgt. De verdachte verwerkte de ontvangsten van de Raad in het financiële administratieve programma Unique van zijn advocatenkantoor - dan wel liet dit door één van zijn medewerkers verwerken - alsof in deze ontvangsten geen omzetbelasting was begrepen en hiervan dus geen percentage aan de Belastingdienst hoefde te worden afgedragen. Dat de boekhouders zelf in het administratiesysteem Unique konden, zoals door de verdachte is bepleit, acht het hof niet aannemelijk geworden. Zo heeft [persoon 3] , zowel bij de FIOD als ter terechtzitting in hoger beroep, verklaard dat hij geen toegang had tot het systeem Unique, maar hier enkel uitdraaien uit ontving, welke door de verdachte aan hem werden verstrekt. De ontvangsten uit de Raad waren hierin verwerkt als onbelaste ontvangsten. [15]
Het hof is van oordeel dat de verdachte als enig bestuurder verantwoordelijk was voor het indienen van de aangiften omzetbelasting. Daar komt bij dat zowel boekhouder [persoon 1] als boekhouder [persoon 3] hebben verklaard dat zij de aangiften omzetbelasting hebben gedaan op basis van overzichten die de verdachte aan hen verstrekte, welke verklaring is bevestigd door [persoon 3] ter terechtzitting in hoger beroep. [16] Het hof vindt de verklaring van de verdachte dat hij er pas later achter kwam dat de aangiften onjuist waren bovendien ongeloofwaardig, omdat uit het dossier is gebleken dat de verdachte een aantal emails met omzetgegevens aan de boekhouders heeft gestuurd. Zo heeft de verdachte op 21 januari 2011 de omzetgegevens van 2010 naar zijn boekhouder gestuurd. [17] In de bijlage bij die e-mail [18] is te zien dat een bedrag van € 1.288.267,60 belast zou zijn met 0% BTW. Daarnaast heeft de bv gedurende langere tijd veel hogere winsten genoten vanwege de veel lagere afdrachten.
Het hof is van oordeel dat de verdachte door het verstrekken van de omzetgegevens met daarbij het onjuiste tarief van 0% ten aanzien van de ontvangsten van de Raad, opzettelijk onjuiste aangiftes door zijn boekhouders heeft laten doen.
Het hof acht het onder 1 primair tenlastegelegde bewezen.
Ten aanzien van feit 2
Het hof stelt op basis van het dossier vast dat de bv in de periode van 31 oktober 2011 tot en met 31 oktober 2012 onjuist aangifte heeft gedaan of heeft laten doen door in deze aangiften de in de ontvangsten van de Raad begrepen omzetbelasting niet aan te geven en af te dragen, welke feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven.
Het betreft vijf kwartaalaangiftes: het derde en vierde kwartaal van 2011 en het eerste tot en met het derde kwartaal van 2012.
In het dossier bevinden zich overzichten van de omzetbelasting van de bv over de jaren 2011 en 2012. [19] Uit de afschriften van de elektronische aangiftes en de verklaring van [persoon 3] blijkt dat hij de vijf aangiftes heeft ingediend. [20] [21] De aangifte van het derde kwartaal van 2011 is ontvangen op 31 oktober 2011 en de aangifte van het derde kwartaal 2012 is ontvangen op 31 oktober 2012. [22]
Zoals ook reeds ten aanzien van feit 1 is overwogen, stelt het hof op basis van de verklaring van [persoon 3] vast dat verdachte onjuiste omzetgegevens van de bv aan [persoon 3] heeft verstrekt, op basis waarvan [persoon 3] onjuiste aangiftes omzetbelasting heeft gedaan. [23] Dat de verdachte de onjuiste omzetgegevens van de bv aan [persoon 3] verstrekte volgt ook uit de e-mail van de verdachte van 31 oktober 2011, waaruit blijkt dat hij de omzetgegevens van het derde kwartaal van 2011 met gesplitste btw-bedragen aan [persoon 3] heeft gestuurd. Uit de gegevens uit de bijlage bij deze e-mail volgt dat voor een groot deel van de omzet de BTW op 0% staat. [24]
Strafbaarheid rechtspersoon
De bv had de verplichting om correcte aangiften omzetbelasting te doen. Het doen van aangiften omzetbelasting valt binnen de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon. De door de boekhouder van de verdachte namens de bv ingediende onjuiste aangiften omzetbelasting kunnen aan de rechtspersoon worden toegerekend, mits opzet kan worden bewezen.
Opzet
De verdachte had volledige zeggenschap over het doen en laten van de bv. Zijn opzet zoals hiervoor bij feit 1 besproken, kan volledig aan de bv worden toegerekend.
Feitelijke leidinggever
Bij de beoordeling of iemand als feitelijke leidinggever strafrechtelijk aansprakelijk is, moet worden vooropgesteld dat uit de taalkundige betekenis van het begrip feitelijke leidinggeven enerzijds voortvloeit dat de enkele omstandigheid dat de verdachte bijvoorbeeld bestuurder van een rechtspersoon is, niet voldoende is om hem aan te merken als feitelijke leidinggever aan een door die rechtspersoon begaan strafbaar feit. Van feitelijke leidinggeven kan sprake zijn indien de verboden gedraging het onvermijdelijke gevolg is van het algemene door de verdachte gevoerde beleid. De verdachte heeft de omzetcijfers naar zijn boekhouder verstuurd, waarop te zien was dat geen omzetbelasting werd geheven. Vervolgens heeft de boekhouder de – onjuiste – aangiften op basis van deze cijfers ingediend bij de Belastingdienst.
Opzet als feitelijke leidinggever
Uit hetgeen hiervoor over het opzet van de verdachte bij feit 1 en het opzet van de bv is overwogen vloeit voort dat de verdachte ook opzet heeft gehad op het feitelijke leiding geven aan het strafbare handelen van de bv.
Partiële vrijspraak medeplegen
Het hof acht het tenlastegelegde medeplegen niet bewezen. De enkele omstandigheid dat de verboden gedraging van de verdachte aan de rechtspersoon, waarvan de verdachte als feitelijk leidinggever wordt aangemerkt, kan worden toegerekend, brengt niet mee dat de verdachte het feit met de rechtspersoon heeft medegepleegd. De verdachte dient dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 3 – primair
[persoon 1] [25] als [persoon 3] [26] heeft verklaard dat de aangiften werden gebaseerd op gegevens uit de bedrijfsadministratie van de verdachte onderscheidenlijk de bv en dat in die administratie de betalingen van de Raad zonder BTW waren opgenomen. Daarmee was die bedrijfsadministratie vals. De administratie is naar zijn aard bestemd om tot bewijs te dienen van wat daar in is opgenomen en bedoeld om als echt en onvervalst te (laten) gebruiken.
Partiële vrijspraak feit 3 primair
Het hof is van oordeel dat de tenlastegelegde valsheid in geschrift slechts kan worden bewezen voor zover gepleegd in de bedrijfsadministratie van de eenmanszaak van verdachte en niet ten aanzien van de bv nu niet aan verdachte is tenlastegelegd dat hij als feitelijk leidinggevende heeft gehandeld en er geen sprake is van medeplegen.
Het hof spreekt de verdachte om die reden vrij van de onder 3 tenlastegelegde periode van 14 juli 2011 tot en met 10 december 2013, omdat deze periode betrekking heeft op de bv.
Ten aanzien van feit 4
Vrijspraak feit 4 primair
Het hof is van oordeel dat de verdachte van het onder 4 primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken nu de verdachte als – enig – feitelijke leidinggever van de bv wordt gezien en er geen sprake is van medeplegen.
Feit 4 - subsidiair:
Het hof stelt vast dat de verdachte als feitelijke leidinggever van de bv in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 januari 2014 de aangiften omzetbelasting niet heeft ingediend. Ten aanzien van het 4e kwartaal van 2012 is op het jaaroverzicht te zien dat de gegevens van het 4e kwartaal van 2012 niet zijn ingetoetst. [27] Op het jaaroverzicht van 2013 van de bv is te zien dat de gegevens van het 1e tot en met het 4e kwartaal niet zijn ingetoetst. [28] Dit wordt bevestigd door de ambtsedige verklaring van de Belastingdienst van 18 februari 2016. [29] Naar aanleiding hiervan is een nadeelberekening gemaakt waaruit blijkt dat er een fiscaal nadeel is ontstaan. Uit e-mails van boekhouder [persoon 3] blijkt dat hij meermalen – in 2012 en 2013 – heeft gevraagd om gegevens om de aangifte omzetbelasting te kunnen doen. [30] [persoon 3] heeft bij de FIOD verklaard dat de verdachte geen gegevens aanleverde en dat hij om die reden geen aangifte kon doen. [31] Gelet op hetgeen hiervoor onder 2 is overwogen was de verdachte op dat moment als feitelijke leidinggever van de bv verplicht om deze aangiften te doen.
Met betrekking tot het verweer van de verdediging, dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken omdat er aangifte is gedaan door middel van suppletie, overweegt het hof als volgt. De verdachte is op 27 januari 2016, tijdens het eerste strafrechtelijk verhoor ermee bekend geworden dat de inspecteur wist dat er geen aangiften zijn gedaan. De suppletie is gedaan op 30 december 2016. De suppletie is daarom niet gedaan voordat de inspecteur bekend was met de onjuistheid of de onvolledigheid, en is daarmee te laat ingediend. Wat daar ook van zij, suppletie is juridisch gezien geen aangifte voor de omzetbelasting. In dat verband heeft het hof acht geslagen op de parlementaire geschiedenis bij de invoering van enkele belastingwetten en enige andere wetten (overige fiscale maatregelen 2012), waarin het volgende is opgenomen:
“De suppletie is juridisch gezien geen aangifte en ontbeert elke wettelijke grondslag. De Belastingdienst merkt deze suppleties aan als een verzoek om het opleggen van een naheffingsaanslag of als een (meestal te laat) bezwaar tegen de eigen aangifte.” [32]
Nu de verdachte in het geheel geen aangifte heeft gedaan, kan dit gebrek niet worden hersteld door een (tijdige) suppletie. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het tenlastegelegde feit kan worden bewezen. Het hof spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde medeplegen nu hij het tenlastegelegde niet in vereniging met een ander heeft begaan.
Zoals ten aanzien van feit 2 primair is overwogen, is het hof van oordeel dat de ingediende onjuiste aangiften omzetbelasting aan de rechtspersoon kunnen worden toegerekend en dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven nu de verboden gedraging het onvermijdelijke gevolg is van het algemene door de verdachte gevoerde beleid.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1 – primair:
hij
in de periode van 29 februari 2008 tot en met 28 september 2011 in Nederland,
meermalen,
telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
te weten een digitale aangiften voor de omzetbelasting ten name van [verdachte] (fiscaalnummer [bsn 1] )
betreffende aangiftetijdvakken gelegen in de periode januari 2008 tot en met augustus 2011,
te weten januari 2008 en februari 2008 en maart 2008 en april 2008 en mei 2008 en juni 2008 en juli 2008 en augustus 2008 en september 2008 en oktober 2008 en december 2008
en januari 2009 en februari 2009 en maart 2009 en april 2009 en mei 2009 en juni 2009 en juli 2009 en augustus 2009 en september 2009 en oktober 2009 en november 2009 en december 2009
en januari 2010 en februari 2010 en maart 2010 en april 2010 en mei 2010 en juni 2010 en juli 2010 en augustus 2010 en september 2010 en oktober 2010 en november 2010 en december 2010
en januari 2011 en februari 2011 en maart 2011 en april 2011 en mei 2011 en juni 2011 en juli 2011 en augustus 2011,
onjuist heeft gedaan of laten doen door [persoon 1] en [persoon 3] ,
immers heeft hij, verdachte, telkens opzettelijk in die naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst in Nederland gezonden aangiften voor de omzetbelasting
een te laag bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend (leveringen/diensten belast met hoog tarief) en/of
een te laag bedrag aan verschuldigde en te betalen omzetbelasting en
een te laag belastbaar bedrag,
opgegeven en vermeld, en door die anderen doen opgeven en vermelden,
terwijl die feiten er telkens toe hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven;
Feit 2 – primair:
[bedrijf 1] B.V.
in de periode van 31 oktober 2011 tot en met 31 oktober 2012 in Nederland,
meermalen,
telkens opzettelijk
een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
te weten digitale aangiften voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] B.V. (fiscaal nummer [bsn 2] )
betreffende de aangiftetijdvakken
3e kwartaal 2011 en
4e kwartaal 2011 en
1e kwartaal 2012 en
2e kwartaal 2012 en
3e kwartaal 2012,
onjuist heeft laten doen door [persoon 3] ,
immers heeft genoemde rechtspersoon telkens opzettelijk in de naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst in Nederland gezonden aangiften voor de omzetbelasting
telkens een te laag bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend (leveringen/diensten belast met hoog tarief) en
een te laag bedrag aan verschuldigde en te betalen omzetbelasting
opgegeven en vermeld, en door die ander laten opgeven en vermelden,
terwijl die feiten er telkens toe hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven,
hebbende hij, verdachte, telkens feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;
Feit 3 – primair:hij
in de periode van 1 januari 2008 tot en met 13 juli 2011 in Nederland,
telkens geschriften (bedrijfsadministratie)
die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen
opzettelijk valselijk heeft opgemaakt en heeft doen opmaken, hebbende hij, verdachte, toen daar in de bedrijfsadministratie van (de eenmanszaak) [eenmanszaak] een samenstel van geschriften bestemd om tot bewijs van het daarin vermelde te dienen,
valselijk in strijd met de waarheid
-zakelijk weergegeven-
de ontvangsten en de vergoedingen van de Raad voor Rechtsbijstand als belast met (BTW-tarief ) 0% en de omzet voor verrichte diensten en leveringen voor de Raad voor Rechtsbijstand als vrijgestelde omzet en
als onbelast voor de omzetbelasting en
een te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting
opgenomen en geboekt en verwerkt en
doen opnemen en doen boeken en doen verwerken door een ander,
zulks met het oogmerk om dat samenstel van geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;
Feit 4 – subsidiair:[bedrijf 1] B.V.
in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 januari 2014 in Nederland,
meermalen,
opzettelijk
bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
te weten digitale aangiften voor de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] B.V. (fiscaal nummer [bsn 2] ), betreffende de
aangifte(tijdvak) 4e kwartaal 2012 en
aangifte(tijdvak) 1e kwartaal 2013 en
aangifte(tijdvak) 2e kwartaal 2013 en
aangifte(tijdvak) 3e kwartaal 2013 en
aangifte(tijdvak) 4e kwartaal 2013,
niet en/of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft gedaan, immers nog niet op 18 februari 2016,
terwijl die feiten er toe hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven,
hebbende hij, verdachte, telkens feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;
Hetgeen onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat met betrekking tot de feiten 1 en 3 er sprake is van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr). Anders dan de rechtbank acht het hof daarbij niet doorslaggevend dat sprake is van één verwijt, maar dat de feiten zodanig met elkaar zijn verweven dat het ene feit (de onjuiste aangifte) in dit geval niet zonder het andere (de valsheid in geschrifte) kon worden begaan. Het hof zal om die reden ten aanzien van feit 1 en 3 slechts één strafbepaling toepassen.
Het onder 1 primair en 3 primair bewezenverklaarde levert op:
de voortgezette handeling van
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
en
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.
Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon waaraan de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.
Het onder 4 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 subsidiair bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straffen

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsvrouw heeft verzocht om toepassing te geven aan artikel 9a Sr. Daartoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf dan wel een gevangenisstraf geen enkel redelijk strafdoel dient, gelet op het tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde feiten en de impact die de onderhavige zaak op het persoonlijke leven van de verdachte heeft gehad.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich gedurende langere periode schuldig gemaakt aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en heeft daarvoor de administratie vervalst. Ook heeft de verdachte over een periode van meer dan een jaar geen aangiften omzetbelasting gedaan. Door deze feiten is er te weinig belasting geheven. Aldus heeft hij het vertrouwen geschaad dat de Belastingdienst in aangiften moet kunnen hebben en heeft hij een aanzienlijk belastingnadeel veroorzaakt.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Daarbij is rekening gehouden met de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).
Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden noch in andere omstandigheden aanleiding voor toepassing van artikel 9a Sr. Niet gezegd kan worden dat redelijkerwijs geen doel wordt gediend met het opleggen van een straf of maatregel in onderhavige situatie.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Daarbij is rekening gehouden met de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Strafverzwarend weegt het hof mee dat de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten advocaat was, en dat hij uit hoofde daarvan een voorbeeldfunctie had. Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend en geboden.
Het Hof stelt echter vast dat er sprake is van een schending van het recht van de verdachte op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Die redelijke termijn heeft een aanvang genomen op 27 januari 2016, toen de verdachte voor het eerst strafrechtelijk werd verhoord. De behandeling van zijn zaak in eerste aanleg is eerst op 5 augustus 2019 – en aldus niet binnen twee jaar – met een eindvonnis afgerond. De verdachte heeft verzocht om de zaak bij een andere rechtbank te behandelen, waardoor de zaak op 15 juli 2019 is verwezen naar de rechtbank Amsterdam. Daarnaast zijn geen bijzondere omstandigheden aan te wijzen die de vertraging rechtvaardigen. Gelet hierop is het hof, evenals de rechtbank, van oordeel dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van drie jaren, die voor een belangrijk deel niet aan de verdachte kan worden toegeschreven. Vervolgens is er namens de verdachte hoger beroep ingesteld op 18 augustus 2021. Op 8 april 2026 wordt dit arrest gewezen. Dit betekent dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden met ongeveer twee jaar, zeven maanden en drie weken. De totale duur van de berechting in twee feitelijke instanties is aldus overschreden met meer dan vijf jaar, zeven maanden en drie weken.
Gelet op deze overschrijding van de redelijke termijn, als ook het tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde feiten, acht het hof oplegging van de een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet meer passend. Het hof zal daarom tot een andere strafmodaliteit beslissen.
Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 120 uren passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op artikel 69 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 56, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en mr. J.W.H.G. Loyson, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 april 2026.
De oudste raadsheer en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Bijlage I – Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 februari 2008 tot en met 28 september 2011 te Rotterdam en/of Schiedam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n) als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [verdachte] (fiscaalnummer [bsn 1] ) betreffende (een) aangiftetijdvak(ken) (maand(en)) gelegen in de periode januari 2008 tot en met augustus 2011, te weten januari 2008 en/of februari 2008 en/of maart 2008 en/of april 2008 en/of mei 2008 en/of juni 2008 en/of juli 2008 en/of augustus 2008 en/of september 2008 en/of oktober 2008 en/of december 2008 en/of januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 en/of mei 2009 en/of juni 2009 en/of juli 2009 en/of augustus 2009 en/of september 2009 en/of oktober 2009 en/of november 2009 en/of december 2009 en/of januari 2010 en/of februari 2010 en/of maart 2010 en/of april 2010 en/of mei 2010 en/of juni 2010 en/of juli 2010 en/of augustus 2010 en/of september 2010 en/of oktober 2010 en/of november 2010 en/of december 2010 en/of januari 2011 en/of februari 2011 en/of maart 2011 en/of april 2011 en/of mei 2011 en/of juni 2011 en/of juli 2011 en/of augustus 2011, onjuist en/of onvolledig heeft gedaan en/althans heeft doen en/of laten doen door [persoon 1] en/of [persoon 3] , in elk geval (een) ander(en) immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) opzettelijk op/in die/dat bij/naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Heerlen en/of elders in Nederland ingeleverde / gezonden aangifte(n) / aangiftebiljet(ten) voor de omzetbelasting (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) waarover omzetbelasting wordt berekend (leveringen/diensten belast met hoog tarief) en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan verschuldigde en/of te betalen omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden, terwijl die/dat feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven;
1. subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 februari 2008 tot en met 28 september 2011 te Rotterdam en/of Schiedam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [verdachte] (fiscaalnummer [bsn 1] ) betreffende (een) aangiftetijdvak(ken) (maand(en)) gelegen in de periode januari 2008 tot en met augustus 2011, te weten januari 2008 en/of februari 2008 en/of maart 2008 en/of april 2008 en/of mei 2008 en/of juni 2008 en/of juli 2008 en/of augustus 2008 en/of september 2008 en/of oktober 2008 en/of december 2008 en/of januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 en/of mei 2009 en/of juni 2009 en/of juli 2009 en/of augustus 2009 en/of september 2009 en/of oktober 2009 en/of november 2009 en/of december 2009 en/of januari 2010 en/of februari 2010 en/of maart 2010 en/of april 2010 en/of mei 2010 en/of juni 2010 en/of juli 2010 en/of augustus 2010 en/of september 2010 en/of oktober 2010 en/of november 2010 en/of december 2010 en/of januari 2011 en/of februari 2011 en/of maart 2011 en/of april 2011 en/of mei 2011 en/of juni 2011 en/of juli 2011 en/of augustus 2011, zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door [persoon 1] en/of [persoon 3] , in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in die/dat (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) waarover omzetbelasting wordt berekend (leveringen/diensten belast met hoog tarief) en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan verschuldigde en/of te betalen omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, opgegeven en/of vermeld en/of geschreven, en/althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden en/of schrijven, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
2. primair
[bedrijf 1] B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 oktober 2011 tot en met 31 oktober 2012 te Rotterdam en/of Schiedam en/of Apeldoorn en/of Heerlen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] B.V. (fiscaal nummer [bsn 2] ) betreffende de/het aangiftetijdvak(ken) 3e kwartaal 2011 en/of 4e kwartaal 2011 en/of 1e kwartaal 2012 en/of 2e kwartaal 2012 en/of 3e kwartaal 2012, onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, en/althans heeft/hebben doen of laten doen door [persoon 3] , in elk geval(een) ander(en), immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar mededader(s) (telkens) opzettelijk op/in het/de bij/naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Heerlen en/of elders in Nederland ingeleverde / gezonden aangifte(n) voor de omzetbelasting (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) waarover omzetbelasting wordt berekend (leveringen/diensten belast met hoog tarief) en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan verschuldigde en/of te betalen omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden, terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
2. subsidiair
[bedrijf 1] B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 oktober 2011 tot en met 31 oktober 2012 te Rotterdam en/of Schiedam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] B.V. (fiscaal nummer [bsn 2] ) betreffende de/het aangiftetijdvak(ken) 3e kwartaal 2011 en/of 4e kwartaal 2011 en/of 1e kwartaal 2012 en/of 2e kwartaal 2012 en/of 3e kwartaal 2012, zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door [persoon 3] , in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in die/dat (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) waarover omzetbelasting wordt berekend (leveringen/diensten belast met hoog tarief) en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan verschuldigde en/of te betalen omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, opgegeven en/of vermeld en/of geschreven, en/althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden en/of schrijven, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
2. meer subsidiair
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 oktober 2011 tot en met 31 oktober 2012 te Rotterdam en/of Schiedam en/of Apeldoorn en/of Heerlen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met de rechtspersoon [bedrijf 1] B.V. en/of (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] B.V. (fiscaal nummer [bsn 2] ) betreffende de/het aangiftetijdvak(ken) 3e kwartaal 2011 en/of 4e kwartaal 2011 en/of 1e kwartaal 2012 en/of 2e kwartaal 2012 en/of 3e kwartaal 2012, onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, en/althans heeft/hebben doen of laten doen door [persoon 3] , in elk geval(een) ander(en), immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) opzettelijk op/in die/dat bij/naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Heerlen en/of elders in Nederland ingeleverde / gezonden aangifte(n) / aangiftebiljet(ten) voor de omzetbelasting (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) waarover omzetbelasting wordt berekend (leveringen/diensten belast met hoog tarief) en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan verschuldigde en/of te betalen omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden, terwijl die/dat feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven;
2.
meest subsidiair
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 oktober 2011 tot en met 31 oktober 2012 te Rotterdam en/of Schiedam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] B.V. (fiscaal nummer [bsn 2] ) betreffende de/het aangiftetijdvak(ken) 3e kwartaal 2011 en/of 4e kwartaal 2011 en/of 1e kwartaal 2012 en/of 2e kwartaal 2012 en/of 3e kwartaal 2012, zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door [persoon 3] , in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in die/dat (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) waarover omzetbelasting wordt berekend (leveringen/diensten belast met hoog tarief) en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan omzetbelasting en/of (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan verschuldigde en/of te betalen omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, opgegeven en/of vermeld en/of geschreven, en/althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden en/of schrijven, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
3. primair
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 10 december 2013 te Schiedam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) geschriften (bedrijfsadministratie) die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen (telkens) opzettelijk valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, hebbende hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen daar in de bedrijfsadministratie van (de eenmanszaak) [eenmanszaak] en/of zijn, verdachtes bedrijfsadministratie en/of de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] B.V., zijnde (telkens) een samenstel van geschriften bestemd om tot bewijs van het daarin vermelde te dienen, (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- de ontvangsten en/of de vergoedingen van de Raad voor Rechtsbijstand als belast met (BTW-tarief ) 0% en/of de omzet voor verrichte diensten en/of leveringen voor de Raad voor Rechtsbijstand als vrijgestelde omzet en/of als onbelast voor de omzetbelasting en/of een te la(a)g(e) bedrag(en) aan te betalen omzetbelasting opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt en/of doen opnemen en/of doen boeken en/of doen verwerken door (een) ander(en), zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die (samenstel van) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door ander(en) te doen gebruiken;
3. subsidiair
hij -al dan niet handelend onder (de eenmanszaak) [eenmanszaak] - in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 januari 2014 te Rotterdam en/of Schiedam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot a. het verstrekken van inlichtingen, gegevens en/of aanwijzingen (telkens) opzettelijk deze niet en/of onjuist en/of onvolledig heeft verstrekt, en/of b. het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen, (telkens) opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of doen voeren, en/of c. het bewaren van boeken, bescheiden en/of andere (primaire) gegevens- dragers, (telkens) opzettelijk deze niet (volledig) heeft bewaard en/of doen bewaren, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk in de administratie van de eenmanszaak [eenmanszaak] en/of zijn, verdachtes, administratie de ontvangsten en/of de vergoedingen van de Raad voor Rechtsbijstand als belast met (BTW-tarief ) 0% en/of de omzet voor verrichte diensten en/of leveringen voor de Raad voor Rechtsbijstand als vrijgestelde omzet en/of als onbelast voor de omzetbelasting en/of een te la(a)g(e) bedrag(en) aan te betalen omzetbelasting opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt en/of doen opnemen en/of doen boeken en/of doen verwerken door (een) ander(en), en/of die vorenbedoelde (onjuiste) gegevens aan de Belastingdienst verstrekt en/of de "zogenaamde" geschriften en/of bescheiden en formulieren "Vaststelling vergoeding" van de Raad voor Rechtsbijstand niet in de administratie opgenomen en/of bewaard en/of/aldus was zijn, verdachtes, administratie en/of de administratie van de eenmanszaak [eenmanszaak] opzettelijk niet zodanig gevoerd dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van hem, verdachte, en/of de eenmanszaak [eenmanszaak] konden worden gekend en/of/aldus was/werd opzettelijk niet zijn, verdachtes, (gehele) administratie en/of de (gehele) administratie van genoemde eenmanszaak [eenmanszaak] bewaard, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven
en/of
[bedrijf 1] B.V. in of omstreeks de periode van 21 juli 2011 tot en met 31 januari 2014 te Rotterdam en/of Schiedam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot a. het verstrekken van inlichtingen, gegevens en/of aanwijzingen (telkens) opzettelijk deze niet en/of onjuist en/of onvolledig heeft verstrekt, en/of b. het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen, (telkens) opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of doen voeren, en/of c. het bewaren van boeken, bescheiden en/of andere (primaire) gegevens- dragers, (telkens) opzettelijk deze niet (volledig) heeft bewaard en/of doen bewaren, immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk in de administratie van genoemde rechtspersoon de ontvangsten en/of de vergoedingen van de Raad voor Rechtsbijstand als belast met (BTW-tarief ) 0% en/of de omzet voor verrichte diensten en/of leveringen voor de Raad voor Rechtsbijstand als vrijgestelde omzet en/of als onbelast voor de omzetbelasting en/of een te la(a)g(e) bedrag(en) aan te betalen omzetbelasting opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt en/of doen opnemen en/of doen boeken en/of doen verwerken door (een) ander(en), en/of die vorenbedoelde (onjuiste) gegevens aan de Belastingdienst verstrekt en/of de "zogenaamde" geschriften en/of bescheiden en formulieren "Vaststelling vergoeding" van de Raad voor Rechtsbijstand niet in de administratie opgenomen en/of bewaard en/of/aldus was de administratie van de rechtspersoon [bedrijf 1] B.V. opzettelijk niet zodanig gevoerd dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon [bedrijf 1] B.V. konden worden gekend en/of/aldus was/werd opzettelijk niet de (gehele) administratie van genoemde rechtspersoon bewaard, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
4.
primair
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 januari 2014 te Rotterdam en/of Schiedam en/of Heerlen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [bedrijf 1] B.V. en/of (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (digitale/elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] B.V. (fiscaal nummer [bsn 2] ), betreffende de/het aangifte(tijdvak) 4e kwartaal 2012 en/of aangifte(tijdvak) 1e kwartaal 2013 en/of aangifte(tijdvak) 2e kwartaal 2013 en/of aangifte(tijdvak) 3e kwartaal 2013 en/of aangifte(tijdvak) 4e kwartaal 2013, niet en/of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft gedaan, immers nog niet op 18 februari 2016, terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven;
4. subsidiair
[bedrijf 1] B.V. in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 januari 2014 te Rotterdam en/of Schiedam en/of Heerlen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (digitale/elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] B.V. (fiscaal nummer [bsn 2] ), betreffende de/het aangifte(tijdvak) 4e kwartaal 2012 en/of aangifte(tijdvak) 1e kwartaal 2013 en/of aangifte(tijdvak) 2e kwartaal 2013 en/of aangifte(tijdvak) 3e kwartaal 2013 en/of aangifte(tijdvak) 4e kwartaal 2013, niet en/of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft gedaan, immers nog niet op 18 februari 2016, terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
=========================================================================
[…]

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen uit het dossier, volgens de daarin toegepaste nummering. AMB staat voor ambtshandeling en G voor getuigenverhoor, waarbij het steeds gaat om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. DOC staat voor document, waarbij het steeds gaat om een geschrift. De inhoud van elk bewijsmiddel wordt alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het, zoals blijkt uit de inhoud daarvan, kennelijk betrekking heeft.
2.DOC-001, pagina 79.
3.DOC-002, pagina 82.
4.Artikel 9 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968.
5.G01-01, pagina 182 e.v.
6.DOC-058, pagina 244 e.v., DOC-060 – 065, pagina 255 e.v., DOC-59, pagina 251 e.v.
7.DOC-37, pagina 123 e.v., DOC-38, pagina 126 e.v., DOC-39, pagina 129 e.v., DOC-40, pagina 132 e.v.
8.DOC-56, pagina 186 e.v.
9.DOC-050, pagina 154.
10.V-03-01, pagina 38 e.v. en V-04-01, pagina 42 e.v.
11.DOC-007, pagina 93.
12.DOC-007, pagina 94 e.v. en DOC-036, pagina 122 e.v.
13.DOC-52, p. 158.
14.De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 10 maart 2026.
15.V-04-01, pagina 42 e.v. en de verklaring van de getuige [persoon 3] afgelegd ter terechtzitting op 10 maart 2026.
16.V-03-01, pagina 41 en V-04-01, pagina 43.
17.DOC-046, pagina 142.
18.DOC-046, pagina 143 e.v.
19.DOC-041, pagina’s 134 en 135 en DOC-042, pagina’s 136 en 137.
20.DOC-057, pagina’s 237 tot en met 241.
21.V-04-01.
22.DOC-057, pagina 234 en DOC-051, pagina’s 155 en 156.
23.V-04-01, pagina 42 e.v.
24.DOC-049, pagina 148 e.v.
25.V-03-01, pagina 38 e.v.
26.V04-01, pagina 42 e.v.
27.DOC-042, pagina’s 136 en 137.
28.DOC-043, pagina’s 138 en 139.
29.DOC-51, pagina’s 155 en 156.
30.DOC-44, pagina’s 140 en DOC-45, pagina 141.
31.V-04-01, pagina 45.
32.Kamerstukken II 2011/12, 33 004, nr. 3 (MvT), p. 60.