Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 25 juli 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde partij] heeft mishandeld door voornoemde [benadeelde partij] op/tegen de borst en/of het lichaam te slaan en/of duwen en/of in de nek te bijten;
hij op of omstreeks 25 juli 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een honkbalknuppel op/tegen het hoofd van voornoemde [benadeelde partij] te slaan (terwijl voornoemde [benadeelde partij] op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 25 juli 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde partij] heeft mishandeld door voornoemde [benadeelde partij] (met een honkbalknuppel) op/tegen het lichaam en/of het hoofd te slaan en/of in de schouder te bijten.
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak feit 1
Bewezenverklaring
hij op 25 juli 2024 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een honkbalknuppel op/tegen het hoofd van voornoemde [benadeelde partij] heeft geslagen terwijl voornoemde [benadeelde partij] op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 25 juli 2024 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen [benadeelde partij] heeft mishandeld door voornoemde [benadeelde partij] met een honkbalknuppel op/tegen het lichaam te slaan en in de schouder te bijten.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
zijn bevoegdheid bewijs te verlangen.
NJ2019, 379, m.nt. W.H. Vellinga). Hoewel uit de schade-onderbouwing voldoende is gebleken dat de benadeelde partij fysiotherapie heeft gehad is naar het oordeel van het hof uit de schade-onderbouwing – en meer in het bijzonder het huisartsenjournaal en de bijgevoegde facturen van [fysio] – niet gebleken voor welke klachten de benadeelde partij werd behandeld. In het huisartsenjournaal blijkt niet van een doorverwijzing naar de fysiotherapeut (voor specifieke klachten) ten gevolge van het bewezenverklaarde handelen en uit de facturen van de fysiotherapie blijkt evenmin voor welke klachten de benadeelde partij is behandeld. Gelet op deze onduidelijkheden is het causaal verband tussen de fysiotherapie behandeling en de bewezenverklaarde mishandeling naar het oordeel van het hof onvoldoende gebleken. Het hof kan daardoor niet vaststellen of de gemaakte kosten een rechtstreeks gevolg zijn van het strafbare handelen van de verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
1 (één) maand.
1 (één) jaaraan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 800,00 (achthonderd euro) aan immateriële schadeaf.