ECLI:NL:GHAMS:2026:1079
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep effectenleaseovereenkomst en verjaring vernietigingsrecht echtgenote
In deze zaak staat centraal of de echtgenote van afnemer het recht tot vernietiging van een effectenleaseovereenkomst, gesloten door afnemer zonder haar schriftelijke toestemming, heeft verloren door verjaring. De effectenleaseovereenkomst betreft een koop op afbetaling en de echtgenote heeft zich op vernietiging beroepen op grond van artikel 1:89 BW Pro in samenhang met artikel 1:88 BW Pro.
De kantonrechter heeft de overeenkomst vernietigd en Dexia veroordeeld tot betaling aan afnemer. Dexia gaat in hoger beroep tegen het oordeel dat de vernietigingsvordering niet is verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend is met de overeenkomst. Dexia voert aan dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomst, mede gelet op betalingen vanaf een gezamenlijke en/of-rekening.
Het hof acht dit een bewijsvermoeden en laat afnemer toe tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit tegenbewijs is geleverd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 21 april 2026.
Uitkomst: Het hof staat afnemer toe tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomst en houdt verdere beslissing aan.