ECLI:NL:GHAMS:2026:1073
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring vernietigingsrecht effectenleaseovereenkomst
In deze zaak is Dexia Nederland B.V. in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarin de effectenleaseovereenkomst tussen Dexia en de echtgenote van de afnemer is vernietigd. De echtgenote had de overeenkomst vernietigd wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming bij het aangaan van de effectenleaseovereenkomst.
De kern van het geschil betreft de vraag of de rechtsvordering tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomst is verjaard. Dexia stelt dat de vordering verjaard is, terwijl de echtgenote dit betwist. Het hof overweegt dat de effectenleaseovereenkomst kwalificeert als een koop op afbetaling in de zin van artikel 1:88 BW Pro en dat de echtgenote op grond van artikel 1:89 BW Pro het recht heeft tot vernietiging.
De verjaringstermijn van drie jaar vangt aan op het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst. Het hof neemt een bewijsvermoeden aan dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomst, omdat betalingen vanaf een en/of-rekening zijn gedaan. De echtgenote krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof houdt verdere beslissing aan en geeft de echtgenote gelegenheid tegenbewijs te leveren over haar bekendheid met de effectenleaseovereenkomst vóór 13 maart 2000.