In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte werd ervan verdacht op 16 oktober 2016 te Schiphol een vervalst Grieks paspoort en een valse identiteitskaart te hebben voorhanden gehad, waarvan hij wist dat deze vals waren.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte deze documenten voorhanden had, maar sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen. De strafbaarheid werd bevestigd, aangezien geen omstandigheden aannemelijk waren die dit uitsloten.
De politierechter had een gevangenisstraf van twee maanden opgelegd, maar het hof matigde de straf tot een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis indien niet uitgevoerd. Deze matiging volgde mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, waarbij de zaak ruim acht maanden te lang duurde.
Het hof nam tevens de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee, waaronder zijn Duitse nationaliteit en het feit dat een taakstraf ook in Duitsland kan worden uitgevoerd. De redelijke termijn in hoger beroep werd niet overschreden, mede omdat het openbaar ministerie voldoende voortvarendheid betrachtte bij de betekening van het verstekvonnis.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 februari 2025.