De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van winkeldiefstal van 48 blikjes Red Bull ter waarde van €83,52, gepleegd op 18 mei 2024 te Heemskerk. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en stelde vast dat de verdachte samen met twee anderen bewust en nauw samenwerkte bij het wegnemen van de drank.
De bewijsvoering bestond uit camerabeelden en proces-verbaal van bevindingen waaruit bleek dat de verdachte zich strategisch opstelde om de handelingen van haar medeverdachten af te schermen. De verdediging voerde aan dat er geen nauwe samenwerking was, maar dit werd door het hof verworpen.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de hinder en schade voor het gedupeerde bedrijf, en de eerdere onherroepelijke veroordelingen van de verdachte voor soortgelijke feiten. Op basis hiervan legde het hof een geldboete van €600 op, subsidiair twaalf dagen hechtenis, en gelastte de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van zeven dagen.
De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. De straf werd verminderd met de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, conform de wettelijke maatstaf. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 maart 2025.