Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging
tegen het hoofd– een zeer kwetsbaar lichaamsdeel – en dat de gedragingen van de verdachte gelet op de uiterlijke verschijningsvorm niet anders kunnen worden aangemerkt dan als aanvaarding van de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel (welke kans helaas is verwezenlijkt).
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
posten 1 en 3zijn niet betwist.
post 2(reiskosten), omdat onvoldoende gebleken is dat sprake is van noodzakelijke kosten.
post 4heeft de raadsman betoogd dat sprake is van een onevenredig zware belasting van het strafproces en de benadeelde partij ten aanzien van deze post daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Daartoe heeft hij onder meer aangevoerd dat het gaat om zeer complexe berekeningen ten aanzien van de toekomstige schade (waarbij de verdediging in het bijzonder wijst op het
toekomstigverlies aan arbeidsvermogen, pensioenschade en fiscale schade) en dat van de zijde van de verdediging onvoldoende specialistische kennis aanwezig is om adequaat te kunnen reageren op de rekenrapporten die namens de benadeelde zijn ingebracht. Subsidiair heeft de verdediging verzocht in de gelegenheid te worden gesteld om een expert te kunnen inschakelen teneinde de post verlies verdienvermogen te kunnen betwisten.
post 5heeft de verdediging eveneens bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de behandeling van deze post vanwege de complexiteit daarvan, een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Daarbij is onder meer aangevoerd dat deze post onvoldoende is onderbouwd en opgemerkt dat het ‘onduidelijk (is) waarom de huishoudelijke hulp tot deze leeftijd (70e levensjaar) op het bord van cliënt terecht zou moeten komen’.
post 6heeft de verdediging verzocht om die (gedeeltelijk) niet ontvankelijk te verklaren dan wel voor een lager bedrag toe te wijzen dan is gevorderd.
immateriële schadevergoedingop een lager bedrag dient te worden vastgesteld dan het gevorderde bedrag. Daartoe heeft hij aangevoerd dat uit de medische informatie en uit het arbeidsdeskundig rapport van het UWV volgt dat geen goede prognose te geven is over eventuele verbetering van de belastbaarheid van de benadeelde.
toekomstigeschade die naar zijn aard een mate van onzekerheid in zich bergt. In zijn berekening is de benadeelde partij weliswaar uitgegaan van ‘minimale uitgangspunten’, maar dat neemt niet weg dat de berekening van deze subposten complex is en door de verdediging is betwist. Hierbij is verder het volgende van belang. Ter onderbouwing van – kort gezegd – de stelling dat de benadeelde partij ook in de toekomst geen inkomen door arbeid meer kan genereren, heeft de benadeelde partij een beroep gedaan op een rapport van zijn ‘medisch adviseur’ (niet praktiserend arts voor arbeid en gezondheid-verzekeringsarts). Deze deskundige baseert zijn oordeel in de kern op medische informatie van enige jaren oud, die (met name) ziet op de medische behandelingen in het ziekenhuis en het daaropvolgende revalidatietraject. Op basis van die informatie en de vaststelling dat er de laatste jaren bij de benadeelde partij geen enkele verbetering is opgetreden, stelt de deskundige dat hij wat betreft het ‘beperkingenbeeld’ ‘zonder meer somber is gesteld voor wat betreft de kans op verder herstel’. Het hof stelt vast dat het niet de beschikking heeft over recent medisch onderzoek ten behoeve van een adequate prognose en dat de door [deskundige] getrokken conclusie niet (geheel) eenduidig is. Gelet hierop en in aanmerking genomen het belang van een partijdebat waarbij de verdediging zo nodig in de gelegenheid wordt gesteld deskundigen in te schakelen ter betwisting van de (onderbouwing van) de gevorderde schade, zal het hof de benadeelde partij ten aanzien van de subposten b t/m d niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. Aanhouding van de zaak om aan het voorgaande tegemoet te komen – voor zover dat binnen het strafproces redelijkerwijs al mogelijk is – zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.
beperkingenbeeldnog (enige) verbetering optreedt doordat andere gebieden in de hersenen taken en functies van het beschadigde hersengebied deels overnemen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen.
177 (honderdzevenenzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
€ 105.974,76 (honderdvijfduizend negenhonderdvierenzeventig euro en zesenzeventig cent), bestaande uit € 30.974,76 (dertigduizend negenhonderdvierenzeventig euro en zesenzeventig cent) materiële schade en € 75.000,00 (vijfenzeventigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
- 07 november 2020 over een bedrag van € 1.365,00 ter zake van de daggeldvergoeding ziekenhuis;
- 25 januari 2021 over een bedrag van € 46,38 ter zake van kosten huisarts;
- 18 februari 2021 over een bedrag van € 68,89 ter zake van kosten oogonderzoek;
- 07 juli 2021 over een bedrag van € 233,71 ter zake van kosten consulten;
- 06 december 2021 over een bedrag van € 210,00 ter zake van kosten neurotherapie;
- 12 januari 2022 over een bedrag van € 1.269,00 ter zake van kosten medisch advies [deskundige]
- 01 juli 2023 over een bedrag van € 23.449,00, ter zake van verlies verdienvermogen (€ 9.049,00)
- 24 oktober 2025 over een bedrag van € 3.509,00 ter zake van kosten rekenadvies
- 27 oktober 2025 over een bedrag van € 542,50 ter zake van kosten medisch advies [deskundige]