ECLI:NL:GHAMS:2025:3637
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ontruiming van gehuurde woning door verhuurder
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 28 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over een ontruimingskwestie. De appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Peijnenburg, was in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, waarin hij was veroordeeld tot ontruiming van een door hem gehuurde woning. De kantonrechter had in zijn vonnis van 3 oktober 2025 geoordeeld dat de verhuurder, [geïntimeerde] V.O.F., bevoegd was om de huurovereenkomst te ontbinden en de ontruiming te vorderen. De appellant had zeven grieven ingediend en verzocht om het vonnis te vernietigen, terwijl de geïntimeerde, vertegenwoordigd door mr. G.J.I.M. Seelen, het vonnis wilde laten bekrachtigen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 28 oktober 2025 hebben beide partijen hun standpunten toegelicht. Het hof heeft de feiten uit het bestreden vonnis als uitgangspunt genomen en is tot de conclusie gekomen dat de bevoegdheid van de verhuurder tot ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd was. Het hof heeft de belangen van beide partijen gewogen en vastgesteld dat de belangen van de huurder niet onevenredig werden aangetast door de ontruiming. Het hof heeft geoordeeld dat de grieven van de appellant niet opgingen en heeft het bestreden vonnis bekrachtigd. De appellant is veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die zijn begroot op € 827,00 aan verschotten en € 2.428,00 aan salaris voor de advocaat van de geïntimeerde. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.