ECLI:NL:GHAMS:2025:3636

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
23-000726-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oplegging gevangenisstraf na bewezenverklaring van gekwalificeerde diefstal van fietsen

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 17 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. De verdachte, geboren in 1981 en zonder bekende woon- of verblijfplaats, was aangeklaagd voor gekwalificeerde diefstal van fietsen en verduistering van een bankpas. De feiten vonden plaats op 20 februari 2023 te Amsterdam, waar de verdachte in het gezelschap van een getuige werd aangetroffen met meerdere fietsen zonder sloten. De verdachte had gereedschap bij zich dat gebruikt kon worden om sloten te verbreken. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de fietsen, terwijl hij de bankpas niet opzettelijk wederrechtelijk had toegeëigend, wat leidde tot zijn vrijspraak voor dat onderdeel van de aanklacht. De politierechter had de verdachte eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, maar het hof heeft de straf in hoger beroep vastgesteld op vier weken, rekening houdend met de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd. Het hof heeft ook de in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard, aangezien deze aan de verdachte toebehoren en zijn gebruikt bij het plegen van de diefstal. De uitspraak is gedaan in het kader van de artikelen 33, 33a, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000726-23
datum uitspraak: 17 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 maart 2023 in de strafzaak onder parketnummer
13-053697-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ) op [geboortedag 1] 1981,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2025 en 10 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.hij op of omstreeks 20 februari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, zeven, althans een of meer fietsen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een of meer tot nu toe onbekend gebleven rechthebbenden, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen fiets(en) onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking en/of valse sleutel;

subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 20 februari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om zeven, althans een of meer fiets(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een of meer tot nu toe onbekend gebleven rechthebbenden, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/ mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en die weg te nemen fiets(en) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak/verbreking en/of valse sleutel, zich naar die fiets(en) heeft/hebben begeven en/of een of meer sloten van die fietsen heeft/hebben opengebroken/geforceerd, in elk geval heeft/hebben getracht open te breken te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 20 februari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een of meer slot(en) (van zeven, althans een of meer fietsen) in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een of meer tot nu toe onbekend gebleven rechthebbenden, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.hij op of omstreeks 20 februari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk een bankpas (rekeningnummer [rekeningnummer]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een beperkter bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met uitzondering van het medeplegen daarvan.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 (in alle varianten) ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte enkel op verzoek van [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) aan de fiets van laatstgenoemde heeft gewerkt, en dat zijn verklaringen daarover overeenkomen met die van [getuige 1] . Immers, [getuige 1] en de getuige [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ) verklaren niet te hebben gezien dat de verdachte de sloten van andere fietsen verbroken zou hebben. Met betrekking tot die andere fietsen is geen aangifte gedaan en daarnaast zijn de op de plaats delict aangetroffen verbroken hangsloten niet tot de verdachte te herleiden. Tot slot is aangevoerd dat bij het uitkijken van de camerabeelden is waargenomen dat de verdachte met twee in plaats van de tenlastegelegde zeven fietsen in de weer is.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte is op 20 februari 2023 om 17.15 uur in het gezelschap van [getuige 1] door de politie aangetroffen op de Bilderdijkkade te Amsterdam, terwijl hij aan het werk was aan de fiets van [getuige 1] . In de nabijheid van de verdachte stonden zeven fietsen. Deze fietsen hadden geen slot of hadden een geopend fietsslot, zonder dat er een sleutel in het slot zat. Ook zijn door de politie in de nabijheid van de verdachte drie zichtbaar opengebroken hangsloten aangetroffen, alsmede een rugzak met daarin gereedschap (steeksleutels, een kniptang en een schroevendraaier); de verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat dit zijn gereedschap was.
[getuige 2] – een buurtbewoonster – heeft verklaard dat zij die middag heeft gezien dat een man die schichtig om zich heen keek en gereedschap bij zich droeg, aan fietsen aan het rommelen was. Deze man heeft met gebruikmaking van een langwerpig voorwerp één fietsslot verbroken en de betreffende fiets vervolgens naar de overkant van de kade verplaatst. Vervolgens opende de man “wel heel makkelijk” een tweede fiets (een groene Cortina) en liep hij ook met deze fiets naar de overkant van de kade. De man haalde vervolgens meerdere fietsen, aldus [getuige 2] . Deze getuige heeft foto’s van de betreffende man gemaakt; de verdachte heeft verklaard zich te herkennen als de man op een door getuige [getuige 2] gemaakte foto.
De verdachte is ook herkend op camerabeelden die van het incident beschikbaar zijn. Uit het proces-verbaal dat omtrent die camerabeelden is opgemaakt volgt dat de verdachte op in ieder geval twee momenten aan gestalde fietsen heeft gerommeld en dat hij in ieder geval vier verschillende fietsen één voor één heeft verplaatst.
Het hof acht de verklaring van de verdachte dat hij
nietmet meerdere fietsen in de weer is geweest en dat hij slechts fietsen heeft verplaatst omdat deze waren omgevallen, ongeloofwaardig. De verklaring van [getuige 2] en het proces-verbaal betreffende de camerabeelden maken immers geen melding van het omvallen of oprapen van fietsen. Voorts acht het hof de verklaring van [getuige 1] , voor zover inhoudende dat de verdachte de banden van (naar het hof begrijpt) andere fietsen dan die van [getuige 1] aan het plakken was, niet aannemelijk, nu dat onderdeel van zijn verklaring geen enkele steun vindt in het dossier, zelfs niet in de verklaring van de verdachte.
Uit het samenstel van de vastgestelde feiten omstandigheden dat:
- de verdachte zich op de [plaats] bij gestalde fietsen ophield en daarbij schichtig om zich heen keek,
- hij aan meerdere fietsen heeft gerommeld,
- hij daarbij (eigen) gereedschap bij zich droeg dat kan worden gebruikt om sloten te verbreken,
- hij meerdere fietsen naar de overkant van de kade heeft verplaatst,
- meerdere van de nabij de verdachte aangetroffen fietsen geen slot hadden of een geopend slot hadden zonder dat er een sleutel in het slot zat en
- in de nabijheid van de verdachte drie zichtbaar opengebroken hangsloten zijn aangetroffen,
leidt het hof af dat het de verdachte is geweest die de sloten van meerdere fietsen heeft verbroken en deze fietsen vervolgens naar de overkant van de straat heeft verplaatst. Aldus heeft de verdachte zich deze fietsen wederrechtelijk toegeëigend.
Het hof zal dan ook het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen verklaren. Het tot vrijspraak strekkende verweer wordt verworpen.
Vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet aannemelijk is dat de verdachte de pas bij zich had gestoken om deze aan de politie te geven. De verdachte heeft bij zijn aanhouding en insluiting immers geen melding gemaakt van het feit dat hij de pas bij zich droeg.
De verdachte heeft verklaard de bankpas op maandag 20 februari 2023 rond 15.00 uur op straat te hebben gevonden in Amsterdam-West en deze bij de politie te hebben willen afgeven. Toen hij later diezelfde dag in ander verband werd aangehouden, raakte hij in paniek, vergat hij dat de bankpas in zijn zak zat en heeft hij niet meer aan de bankpas gedacht.
De raadsman heeft zich in het verlengde van de verklaring van de verdachte op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.
Dit verweer treft doel. Daartoe overweegt het hof als volgt.
De verdachte is op 20 februari 2023 om 17:20 uur aangehouden op grond van verdenking van fietsendiefstal. Na zijn overbrenging naar het cellencomplex, is daar een niet op zijn naam staande bankpas bij hem aangetroffen. Uit het dossier blijkt dat de eigenaresse van deze bankpas op dinsdag 21 februari 2023 na navraag door de politie heeft geconstateerd dat zij haar bankpas kwijt was. Zij heeft verklaard in het weekend voorafgaand aan die dinsdag in Amsterdam-West te zijn geweest. Het hof begrijpt uit haar verklaring dat zij die bankpas bij aanvang van dat weekend nog wel in haar bezit had. Nu niet kan worden vastgesteld op welk moment de eigenaresse haar bankpas exact heeft verloren en uit het dossier niet blijkt dat de verdachte de bankpas al eerder dan op maandag 20 februari rond 15.00 uur in zijn bezit had, zal het hof de verdachte in zijn verklaring volgen voor wat betreft het moment van de vondst van de bankpas.
Het voorgaande betekent dat de verdachte de bankpas op het moment van zijn aanhouding en zijn latere insluiting slechts enkele uren als vinder onder zich had. Uit het enkele feit dat de verdachte in die korte periode (nog) geen actieve handeling heeft verricht, of mededeling heeft gedaan bij zijn insluiting, om de bankpas bij de eigenaar terecht te laten komen, kan naar het oordeel van het hof niet volgen dat de verdachte zich de bankpas opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend. Dat geldt te meer nu de verdachte heeft verklaard bij zijn aanhouding in paniek te zijn geraakt en de bankpas te zijn vergeten. Van verduistering is daarom geen sprake. Nu uit het dossier geen nadere omstandigheden blijken waarop het opzet van de verdachte op het zich wederrechtelijk toe-eigenen van de bankpas kan worden gebaseerd, zal het hof de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijspreken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 20 februari 2023 te Amsterdam fietsen die aan een of meer rechthebbenden toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen fietsen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Hetgeen onder 1 primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bij dit arrest gevoegde bijlage. De bijlage maakt deel uit van dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 (primair) en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met verbreking van meerdere fietsen. Fietsendiefstallen zijn ergerlijke feiten, die naast schade vaak hinder veroorzaken voor de gedupeerde personen. De verdachte heeft door zijn handelen laten blijken geen respect te hebben voor persoonlijke eigendommen van anderen.
Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 november 2025 is hij veelvuldig onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten, waaronder fietsendiefstal. Dit weegt in zijn nadeel.
Het hof is, alles afwegende en mede gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van zes weken in beginsel passend en geboden is. Tegen de achtergrond van het strafblad van de verdachte kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt.
Wel is in hoger beroep de redelijke termijn voor berechting als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), overschreden. Immers, op 6 maart 2023 is namens de verdachte hoger beroep ingesteld, terwijl het hof uitspraak doet op 17 december 2025. Daarmee is de redelijke termijn van twee jaar met ruim negen maanden overschreden. Om die reden zal het hof de passend en geboden geachte gevangenisstraf van zes weken met twee weken bekorten.
Beslag
De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten zeven stuks gereedschap waaronder ook twee scharen, die onder de verdachte zijn aangetroffen en naar het oordeel van het hof aan hem toebehoren, worden verbeurd verklaard, aangezien het bewezenverklaarde daarmee is begaan of voorbereid. Het hof heeft daarbij gelet op verdachtes draagkracht.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte weliswaar te kennen gegeven het in beslag genomen gereedschap van [stichting] te hebben geleend, maar de verdachte heeft eerder verklaard dat het zijn gereedschap is dat in de rugtas is aangetroffen. Het hof ziet geen reden om aan de juistheid van verdachtes eerdere verklaring over het gereedschap te twijfelen. Gelet op de feitelijke vaststellingen is de verdachte een deel van het gereedschap van pas gekomen bij het verbreken van de fietssloten en had hij om die reden al het gereedschap bij zich.
Van alle andere in beslag genomen voorwerpen heeft de verdachte afstand gedaan, maar deze staan nog op de beslaglijst. Het hof zal – in zoverre overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal – de bewaring ten behoeve van de rechthebbenden van die overige in beslag genomen voorwerpen gelasten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
2 STK Schaar met goednummer 6304531;
1. STK Schroevendraaier met goednummer 6304532;
3 STK Gereedschap met goednummer 6304532;
1. STK Gereedschap met goednummer 6304535.
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Fiets Dames met goednummer 6304563;
1. STK Fiets Dames met goednummer 6304564;
1. STK Fiets Dames met goednummer 6304565;
1. STK Fiets Dames met goednummer 6304566;
1. STK Fiets Dames met goednummer 6304567;
1. STK Fiets Dames met goednummer 6304568;
1. STK Fiets Dames met goednummer 6304569;
1. STK Slot met goednummer 6304518;
1. STK Slot met goednummer 6304519;
1. STK Slot met goednummer 6304520.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. J.J.I. de Jong en mr. E.J. Hofstee, in tegenwoordigheid van mr. M.C. de Rade, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 december 2025.
Bewijsmiddelen
T.a.v. het onder 1 bewezenverklaarde
1.
Een proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 7-9.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:
Op 20 februari 2023 omsteekt 17.15 kwamen we ter plaatse op de [adres] . Wij zagen dat er twee personen bij de bankjes tegenover perceelnummer 58 bezig waren. Wij spraken beide personen aan die later opgaven te zijn genaamd:
*** [persoon] , geboren [geboortedag 2] 1972 te [geboorteplaats 2] .***
*** [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1981 te [geboorteplaats 3] .***
Wij zagen zeven fietsen staan in de nabijheid van [verdachte] en [persoon] die een open fietsslot hadden, zonder dat er een sleutel in het slot zat, of fietsen zonder een slot. Wij zagen dat er drie hangsloten op de grond lagen die zichtbaar opengebroken waren. Dit was zichtbaar, omdat wij zagen dat er meerdere ringen van de hangsloten verbroken waren. De verbroken ringen lagen op de grond waar [verdachte] en [persoon] stonden. Wij zagen dat er een zwarte rugzak op het bankje naast [verdachte] en [persoon] stond. In de tas zagen wij meerdere gereedschappen (steeksleutels, kniptang en een schroevendraaier) zitten.
2.
Een proces-verbaal van verhoor getuige van 20 februari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , doorgenummerde pagina’s 11-13.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 februari 2023 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van getuige [getuige 2] , wonende aan de [plaats] :
Op 20 januari 2023, omstreeks 16.53 uur zag ik een man met gereedschap in zijn handen staan bij een aantal fietsen. Ik zag dat de man schichtig om zich heen keek. De man die aan de fietsen zat te rommelen, kan ik als volgt omschrijven:
- donkere man;
- rasta haar.
Ik heb ook foto’s gemaakt van deze man.
De man zat te hameren met het gereedschap om het slot te verbreken. Het lukt hem in eerste instantie niet om het slot open te krijgen. Toen kwam hij terug met een ander soort gereedschap. Dat was een langwerpig iets en daarmee kreeg hij het slot wel open. Vervolgens liep hij met de fiets naar de overkant. Hij liep terug naar een andere fiets. Ik heb niet gezien hoe hij de tweede fiets open kreeg, maar dat ging wel heel makkelijk. Hij liep met de fiets naar de overkant. Ik zag dat hij meerdere fietsen haalde en naast het bankje tegen de boom legde.
3.
Een proces-verbaal van onderzoek camerabeelden van 22 februari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , doorgenummerde pagina’s 49-53.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:
Naar aanleiding van een aanhouding gekwalificeerde diefstal (fietsendiefstal) gepleegd op de [plaats] ter hoogte van [nummer] te Amsterdam op 20 februari 2023 tussen 16.30 uur en 17.15 uur, heb ik, verbalisant [verbalisant 4] , onderzoek gedaan naar beveiligingsbeelden.
Op de beelden zijn twee personen te zien die ik als volgt omschrijf:
Persoon 1:
- man;
- donkere huidskleur;
- zwart haar.
Ik, verbalisant [verbalisant 5] , herken persoon 1 als zijnde [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1981 te [geboorteplaats 4] ( [geboorteland] ).
Ik, verbalisant [verbalisant 4] , herken persoon 2 als [getuige 1] .
Op 20 februari 2023 om 16:42:14 uur staan [verdachte] en [getuige 1] bij elkaar op de [plaats] .
Om 16:42.39 uur is [verdachte] bij de fietsen aan de linkerzijde in de afbeelding. [verdachte] heeft een slot in zijn handen, dit slot lijkt vast te zitten. Om 16:46.17 uur loopt [verdachte] rechts het beeld uit.
Om 16:47.50 uur loopt [verdachte] rechts weer het beeld in. [verdachte] heeft een fiets die hij meerolt aan zijn rechterzijde.
Om 16:50.00 uur is [verdachte] weer bij de fietsen in het midden van het beeld. [verdachte] kijkt om zich heen en pakt iets uit zijn achterzak. [verdachte] is aan het rommelen bij een donkergekleurde fiets met een rek voorop. Dit duurt tot 16:51.20 uur. Hierna loopt [verdachte] richting de bankjes, daarna komt [verdachte] weer terug naar de fietsen. [verdachte] rommelt weer aan de fietsen. Hij pakt de eerder beschreven fiets en loopt weer richting [getuige 1] . [verdachte] zet de fiets buiten beeld.
[verdachte] loopt richting de fietsen en pakt een groene fiets. [verdachte] loopt wederom rechts het beeld uit. Om 17:04.32 komen [getuige 1] en [verdachte] weer in beeld. Rechts in beeld komt ook
een fiets met een zwart mandje.
4.
Een proces-verbaal van verhoor getuige van 29 januari 2025, opgemaakt door mr. [getuige 3] , raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in het gerechtshof Amsterdam.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 29 januari 2025 tegenover de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van getuige [getuige 1] :
U houdt mij voor dat ik op 20 februari 2023 in deze zaak ben aangehouden. Dat was op de [plaats] . [verdachte] was daar ook bij.
[verdachte] was met mijn fiets bezig, maar was ook met andere fietsen bezig. Ik heb gezien dat [verdachte] fietsen opzij heeft gezet. Dat waren fietsen waar hij mee bezig was.
5.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 februari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] , doorgenummerde pagina’s 32-38.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 februari 2023 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de verdachte:
V= Vraag verbalisant
A= Antwoord verdachte
V: Naast jullie stond een zwarte tas op een bankje. Van wie is die tas?
A: De tas is van mij.
V: Weet u wat er in die tas zit?
A: Ja, is mijn gereedschap.
6.
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2025.
De verklaring houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in:
Het klopt dat mij een foto is voorgehouden van een man met rastahaar die met de fietsen bezig is (het hof begrijpt: één van de door [getuige 2] gemaakte foto’s die achter het proces-verbaal van haar verhoor zijn gevoegd). Het klopt dat ik de man op de foto ben.