Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak gaat het om een burenrechtelijk geschil tussen [appellante] en haar buren [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] over afvoerpijpen die de erfgrens overschrijden en de hemelwaterafvoer van het pand van [geïntimeerde 1]. [appellante] vordert onder meer de verwijdering van de overhangende afvoerpijpen en aanpassing van de hemelwaterafvoer.
De rechtbank wees eerder een deel van deze vorderingen toe, maar het hof vernietigt dat vonnis voor zover het gaat om de verwijdering van de afvoerpijpen en de incassokosten. Het hof oordeelt dat de aanwezigheid van de afvoerpijpen niet hoeft te worden getolereerd omdat deze een inbreuk op het eigendomsrecht vormen zonder dat sprake is van misbruik van recht door [appellante]. De vordering tot verwijdering wordt toegewezen met een termijn van drie maanden voor aanpassing door [geïntimeerde 2].
Ten aanzien van de hemelwaterafvoer bevestigt het hof het oordeel van de rechtbank dat deze onrechtmatig is en moet worden aangepast. De stelling van [geïntimeerde 1] dat er een erfdienstbaarheid zou bestaan, wordt verworpen omdat de akte uit 1910 geen erfdienstbaarheid kan vestigen tussen panden die toen in dezelfde hand waren en omdat er onvoldoende bewijs is voor verkrijgende verjaring.
De vordering van [geïntimeerde 2] tot vestiging van een erfdienstbaarheid wordt afgewezen omdat zij slechts huurder is en niet bevoegd is tot het instellen van die vordering. Het hof veroordeelt [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten aan [appellante] en in de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot verwijdering overhangende afvoerpijpen toegewezen en hemelwaterafvoer moet worden aangepast; vordering tot erfdienstbaarheid afgewezen.