ECLI:NL:GHAMS:2025:3228
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek dwangakkoord op basis van artikel 287a Fw
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord op basis van artikel 287a van de Faillissementswet (Fw). De appellant had eerder een verzoek ingediend bij de rechtbank Amsterdam, dat op 30 september 2025 werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het aanbod van de appellant aan de schuldeisers niet het uiterste was waartoe hij financieel in staat was. De appellant heeft zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ingetrokken, waardoor hij ontvankelijk is in zijn hoger beroep. Tijdens de zitting op 18 november 2025 heeft de advocaat van de appellant het beroepschrift toegelicht, waarbij werd verzocht om het vonnis van de rechtbank te vernietigen en het dwangakkoord alsnog toe te wijzen. Het hof heeft vastgesteld dat de appellant een schuldenlast heeft van € 39.460,25, waarvan hij 2,01% aan zijn schuldeisers heeft aangeboden. De rechtbank had overwogen dat de appellant mogelijk in de toekomst beter in staat zou zijn om zijn schulden af te lossen, wat de reden was voor de afwijzing van het verzoek. Het hof concludeert dat de appellant niet voldoende heeft aangetoond dat zijn aanbod het uiterste is waartoe hij financieel in staat is, en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.