ECLI:NL:GHAMS:2025:3210

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
23-000957-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake invoer van cocaïne met betrekking tot strafmaat en voorwaarden

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 1 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte, geboren in 1978, was eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 weken, waarvan 8 weken voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Tijdens de zitting op 17 november 2025 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal en de argumenten van de verdachte en zijn raadsvrouw gehoord. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter, behalve ten aanzien van de opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf, die werd vernietigd. Het hof oordeelde dat de ernst van de feiten en de omstandigheden van de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van 14 weken met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden rechtvaardigden. De verdachte had 245,4 gram cocaïne naar Nederland ingevoerd, wat als een ernstig feit werd beschouwd. Het hof heeft ook rekening gehouden met een reclasseringsadvies dat de verdachte ondersteuning biedt bij zijn uitdagingen op verschillende leefgebieden. De bijzondere voorwaarden omvatten onder andere meldingen bij de reclassering, het verkrijgen van een dagbesteding, en het meewerken aan schuldhulpverlening. Het hof heeft de strafmaat en voorwaarden vastgesteld op basis van de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het arrest is uitgesproken in een openbare zitting en is ondertekend door de rechters, met uitzondering van mr. Iedema, die buiten staat was om te ondertekenen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000957-25
datum uitspraak: 1 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-103751-25 tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
17 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg tenlastegelegde bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 weken waarvan 8 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met bijzondere voorwaarden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met bijzondere voorwaarden.
De raadsvrouw heeft het hof primair verzocht om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, subsidiair een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 14 weken met een proeftijd van 3 jaren, zonder bijzondere voorwaarden. De verdachte zit al in een schuldhulpverleningstraject, dus dat hoeft niet apart als bijzondere voorwaarde te worden opgelegd.
Oordeel van het hof.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van 245,4 gram cocaïne naar Nederland. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de straffen die in soortgelijke zaken worden uitgesproken, ziet het hof geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van 14 april 2025. Uit dit advies blijkt dat de verdachte uitdagingen heeft op diverse leefgebieden, waarbij de reclassering hem kan helpen en begeleiden. De reclassering adviseert bijzondere voorwaarden op te leggen om zo het recidiverisico te beperken.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 14 weken met aftrek en met daaraan verbonden een proeftijd van twee jaren en bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep enkel ten aanzien van de opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
En stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich meldt op afspraak bij Reclassering Nederland te [plaats] op het adres [adres 2] en zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- zich inzet voor het verkrijgen van een dagbesteding/vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- niet deelneemt aan kansspelen;
- zich laat behandelen door een door de reclassering te bepalen zorgverlener. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M.H.P. Houben, mr. M. Iedema en mr. J.W.H.G. Loyson, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 december 2025. Mr. M. Iedema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]