ECLI:NL:GHAMS:2025:3205
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vrijspraak in zedenzaak met aanvullende overwegingen
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 20 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2023. De zaak betreft een zedenzaak waarbij de verdachte, geboren in 1990, werd beschuldigd van ontuchtige handelingen. Het openbaar ministerie had hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak die de rechtbank had uitgesproken. Tijdens de zitting in hoger beroep op 6 november 2025 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal en de argumenten van de verdachte en zijn raadsvrouw gehoord.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, maar met een aanvullende overweging. De rechtbank had de verdachte integraal vrijgesproken, maar het hof voegde hieraan toe dat, hoewel het gedrag van de verdachte onaanvaardbaar en laakbaar was, er onvoldoende bewijs was om te concluderen dat de aangeefster zich in een toestand van verminderd bewustzijn bevond ten tijde van de ontuchtige handelingen. De verklaringen van de aangeefster waren niet eenduidig genoeg om tot een veroordeling te komen. Het hof concludeerde dat de verdachte niet kon worden veroordeeld onder de geldende wetgeving ten tijde van de feiten.
De beslissing van het hof bevestigt de vrijspraak van de rechtbank, maar biedt een nadere uitleg over de overwegingen die tot deze beslissing hebben geleid. Het hof benadrukt dat de verklaringen van de aangeefster, hoewel consistent, niet voldoende waren om de verdachte te veroordelen, gezien de omstandigheden waaronder de handelingen plaatsvonden.