Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:3204

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
23-002937-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken van belang

De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 18 december 2024. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 6 november 2025 gaf de verdachte aan zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet te willen handhaven. Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Het hof oordeelde dat de verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij het onderzoek van de zaak in hoger beroep. Op grond hiervan en artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 november 2025, waarbij de drie rechters gezamenlijk tot dit oordeel kwamen.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van een rechtens te respecteren belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002937-24
datum uitspraak: 6 november 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-235786-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 november 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet te willen handhaven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 november 2025.