afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001390-25
datum uitspraak: 18 november 2025
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 mei 2025 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-378425-24 (Zaak A) en 13-180775-23 (Zaak B) en 13-248940-24 (Zaak C), alsmede 13-216863-21 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
adres: [adres 1].
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 oktober 2025 en 18 november 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak A1.
hij op of omstreeks 26 november 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 90 ml, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, zijnde GHB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 26 november 2024 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten rijbewijs, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [adres 2], als bestuurder een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kenteken]), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
3.
hij op of omstreeks 26 november 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een valmes voorhanden heeft gehad;
Zaak Bhij op of omstreeks 1 juli 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Apple Iphone 12, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Zaak Chij op of omstreeks 2 augustus 2024 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fatbike (merk: Knaap) en/of een elektrische bakfiets (merk: Urban Arrow), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat dit vonnis niet de redengevende feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering bevat.
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de aan verdachte tenlastegelegde feiten in de zaken A, B en C.
De verdediging heeft zich in zaak A gerefereerd aan het oordeel van het hof. In zaak B, de diefstal in vereniging, is vrijspraak bepleit en naar voren gebracht dat de verdachte en de medeverdachte per ongeluk de telefoon van de kassière hebben meegenomen. De medeverdachte zou bij het afrekenen aan de verdachte hebben gevraagd om zijn telefoon even vast te houden en heeft toen de verdachte per abuis de telefoon van de kassière meegegeven. Toen de verdachte en de medeverdachte zich dit realiseerden, was de winkel inmiddels gesloten en besloten zij de telefoon mee naar huis te nemen. In zaak C, de opzetheling, is ook vrijspraak bepleit en is naar voren gebracht dat de verdachte ten tijde van de verwerving van de fatbike niet wist dat deze fatbike was gestolen.
Het hof overweegt als volgt.
Zaak B
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan wat hem onder 1 is tenlastegelegd en overweegt hiertoe als volgt.
Uit het dossier maakt het hof op dat de medeverdachte tijdens het afrekenen bij de kassa de telefoon heeft gepakt en dat hij deze aan de verdachte heeft gegeven. Het hof gaat niet mee in de verklaring van de verdachte dat hij en zijn mededader de telefoon abusievelijk zouden hebben meegenomen. Immers blijkt uit de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte dat zij beiden over een ander moment spreken waarop werd ontdekt dat de telefoon van aangeefster per ongeluk was meegenomen. Bovendien is de telefoon – die in een hoesje zat met opvallend wit marmeren motief – direct na het ontvreemden uitgezet en is de simkaart uit de telefoon verwijderd, wat niet rijmt met een abusievelijke wegneming, maar juist wel met een wederrechtelijke toe-eigening. Het hof acht daarom wettelijk en overtuigend bewezen dat de verdachte, in vereniging met de medeverdachte, de telefoon heeft gestolen.
Zaak C
Op grond van het dossier stelt het hof allereerst vast dat de inbeslaggenomen fatbike van misdrijf, te weten van diefstal, afkomstig was. De verdachte heeft op de zitting in hoger beroep verklaard – zakelijk weergegeven – dat hij de fatbike van een kennis, [naam], heeft gekocht. De verdachte heeft ook verklaard dat hij de fatbike één of twee maanden in zijn bezit had. De verdachte stelt dat hij niet wist dat de fatbike van misdrijf afkomstig was.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het dossier volgt dat de nieuwprijs van een Knaap fatbike rond de € 2.200,- bedraagt. De fatbike waar het hier om gaat had geen accu en het framenummer stond als gestolen geregistreerd.
De verdachte heeft wisselend verklaard over hoe hij aan de fatbike is gekomen. Zo heeft hij bij de politie verklaard dat hij de fatbike van [naam] had geleend, terwijl hij bij de rechter-commissaris en op zitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij de fatbike van hem heeft gekocht. Ook heeft hij wisselend verklaard over het aankoopbedrag dat hij [naam] voor de fatbike zou hebben betaald. Bij de rechter-commissaris heeft hij verklaard dat hij de fiets voor € 900,- heeft gekocht, terwijl hij op de zitting in hoger beroep eerst verklaarde dat hij € 600,- had betaald, om vervolgens te verklaren dat hij deze voor € 300,- had gekocht, omdat er geen accu bij de fatbike zat. De verklaring van de verdachte dat hij de fatbike al een maand of twee in zijn bezit had, valt niet te rijmen met het feit dat uit de aangifte blijkt dat de fatbike in de nacht van 18 juli 2024 is gestolen, terwijl de fatbike op 2 augustus 2024 in beslag is genomen. Tot slot overweegt het hof dat de politie, naar aanleiding van de verklaring van de verdachte dat hij het telefoonnummer van [naam] in zijn telefoon had opgeslagen, heeft geverbaliseerd dat geen van de potentiële telefoonnummers van [naam] in gebruik was. Deze persoon bleek niet traceerbaar. Een nadere onderbouwing van de betrokkenheid van deze [naam] is uitgebleven.
Uit al het voorgaande in onderlinge samenhang blijkt dat het niet anders kan dan dat de verdachte ten tijde van het verwerven van de fatbike wist dat de fatbike van diefstal afkomstig was. Het hof is van oordeel dat de verdachte met zijn wisselende verklaringen heeft getracht de waarheid, dat hij opzettelijk de gestolen fatbike voorhanden had, te bemantelen. Het hof komt daarom tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde opzetheling.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak A, B en C tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 26 november 2024 te Amsterdam opzettelijk heeft vervoerd ongeveer 90 ml van een materiaal bevattende GHB;
2.
hij op 26 november 2024 te Amsterdam, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [adres 2], als bestuurder een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kenteken]), van die categorie heeft bestuurd;
3.
hij op 26 november 2024 te Amsterdam een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een valmes, voorhanden heeft gehad;
Zaak B