ECLI:NL:GHAMS:2025:2961
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beschikking op klaagschrift tot opheffing beslag op geldbedrag in witwaszaak
Klager verzocht om opheffing van het beslag op een geldbedrag van 120.000 Deense Kronen, gelegd op 13 februari 2023. Dit beslag is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro in een strafzaak tegen een beslagene die is veroordeeld voor medeplegen witwassen en overtreding van de Algemene Douanewet. Klager zelf is vrijgesproken van medeplegen witwassen en die vrijspraak is onherroepelijk geworden.
De advocaat-generaal stelde dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van het geld omdat de strafzaak tegen de beslagene nog in hoger beroep is en het geld mogelijk verbeurd kan worden verklaard. Het hof overwoog dat het belang van strafvordering centraal staat bij de vraag of het beslag moet worden voortgezet en dat de raadkamerprocedure summier en voorlopig van aard is.
Het hof concludeerde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later het voorwerp zal verbeurd verklaren en verklaarde het klaagschrift ongegrond. Het beslag blijft gehandhaafd en de beschikking werd onverwijld betekend aan klager.
Uitkomst: Het klaagschrift tot opheffing van het beslag op 120.000 Deense Kronen wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.