Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:2960

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
000037-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep verzoek vergoeding rechtsbijstand in hennepkwekerijzaak

Appellante verzocht om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met een strafzaak waarin een hennepkwekerij in haar woning werd aangetroffen. Hoewel zij verklaarde geen handelingen te hebben verricht, was zij op de hoogte van de kwekerij van haar partner. De zaak werd geseponeerd zonder strafoplegging.

De rechtbank wees een deel van het verzoek af, en het hoger beroep richtte zich op deze afwijzing. Het hof oordeelde dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak, omdat appellante bewust de situatie heeft laten voortduren en daarmee een opsporingsonderzoek kon verwachten.

Het hof stelde vast dat dit oordeel niet in strijd is met de onschuldpresumptie, omdat niet wordt geoordeeld dat appellante schuldig is aan een strafbaar feit. Wel werd een vergoeding van € 340 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de procedure van het hoger beroep zelf.

Het hoger beroep werd daarmee afgewezen, en de vergoeding voor de procedurekosten in hoger beroep werd toegewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en een vergoeding van € 340,00 wordt toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in het hoger beroep.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000037-25 (530 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 15-042100-22
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 24 september 2024 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. E.G. Al,
J. Boogaardstraat 16 d, 2151 CV Nieuw-Vennep.

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 17 oktober 2024 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 14 juli 2025 is het standpunt van de advocaat-generaal kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 7 oktober 2025 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek - zoals aangevuld in raadkamer in hoger beroep met het verzoek onder c - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 1.121,30;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling

De rechtbank heeft het verzoek ander a afgewezen en het verzoek onder b toegewezen.
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Het inleidende verzoek is tijdig ingediend.
De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv)heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Uit het dossier volgt dat in de woning van appellante een hennepkwekerij is aangetroffen. Appellante is als verdachte gehoord en heeft verklaard dat zij van de hennepkwekerij van haar partner op de hoogte was, maar dat zij zelf geen handelingen in de hennepkwekerij heeft verricht. Hierna is de zaak tegen verzoekster geseponeerd.
Omdat appellante op de hoogte was van de hennepkwekerij en dit zo heeft gelaten, heeft appellante moeten begrijpen dat bij ontdekking van de kwekerij een opsporingsonderzoek zou plaatsvinden waarin zij betrokken zou worden. Onder die omstandigheden is het hof met de rechtbank van oordeel dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toewijzing van het verzoek onder a.
Anders dan door de advocaat is betoogd is het hof van oordeel dat het voorgaande geen strijd oplevert met de onschuldpresumptie omdat niet de mening wordt geuit dat appellante zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van een strafrechtelijke norm en daarmee aan het plegen van een strafbaar feit.
Het hoger beroep moet daarom worden afgewezen.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.

4.Beslissing

Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Wijst het verzochte onder c toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan appellant een vergoeding toe van € 340,00 (driehonderdveertig euro).
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, M. Iedema en N.A. Schimmel, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 21 oktober 2025.
De oudste raadsheer beveelt namens de voorzitter :
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 340,00 (driehonderdveertig euro) op bankrekeningnummer [iban] t.n.v. Mr E.G. Al o.v.v. Schadevergoeding [verzoeker] .
Amsterdam, 21 oktober 2025,
mr. M. Iedema