In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd met uitzondering van de strafoplegging. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep in een woning, bestemd voor handel. Het hof overweegt dat het gebruik van hennep schadelijke gevolgen heeft voor de volksgezondheid en dat handel daarin vaak samenhangt met andere criminaliteit.
Hoewel de LOVS een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden als uitgangspunt hanteert voor dergelijke feiten, acht het hof dit niet passend omdat de drugs niet van de verdachte waren, maar dat hij deze slechts bewaakte als voorraad voor een coffeeshop. Daarom wijkt het hof af van de eis van de advocaat-generaal.
Het hof legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken op met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een taakstraf van 180 uur, die bij niet-nakoming kan worden vervangen door 90 dagen hechtenis. Hiermee beoogt het hof de verdachte af te schrikken van toekomstige strafbare feiten en tegelijkertijd de maatschappij te dienen.
De strafrechtelijke veroordeling blijft verder ongewijzigd. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 30 januari 2025.