ECLI:NL:GHAMS:2025:2163
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid GI in verzoek gedeeltelijke gezagsuitoefening inzake schoolinschrijving minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om gedeeltelijke gezagsuitoefening te verkrijgen met betrekking tot de aanmelding van een minderjarige bij een onderwijsinstelling. De kinderrechter had dit verzoek toegewezen, maar de moeder ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat artikel 1:265e lid 1 BW, waarop het verzoek van de GI was gebaseerd, uitsluitend van toepassing is bij een machtiging tot uithuisplaatsing. Omdat in deze zaak geen machtiging tot uithuisplaatsing was verleend en de ondertoezichtstelling inmiddels was geëindigd, kan dit artikel niet (analoge) toepassing vinden. De eerdere inschrijving van de minderjarige bij de onderwijsinstelling door de GI vond plaats tijdens de ondertoezichtstelling, maar de daadwerkelijke schoolgang is niet gerealiseerd.
Het hof vernietigt daarom de bestreden beschikking en verklaart de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek. Daarnaast veroordeelt het hof de GI in de proceskosten van de moeder in eerste aanleg en hoger beroep, omdat het verzoek niet op wettelijke grondslag was gebaseerd. De totale proceskosten worden vastgesteld op €3.656,-. De overige grieven van de moeder worden niet behandeld.
Uitkomst: De GI wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot gedeeltelijke gezagsuitoefening en veroordeeld in de proceskosten.