ECLI:NL:GHAMS:2025:1692
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vaststelling ouderschap overleden man ten aanzien van kind na betwisting donorrelatie
De zaak betreft de vaststelling van het ouderschap van een overleden man ten aanzien van een kind, waarbij de rechtbank het vaderschap had vastgesteld. Verzoeker betwistte dat de man de natuurlijke verwekker was en stelde dat sprake was van donorschap, en voerde bewijsvermoeden en financiële motieven aan.
Het hof oordeelde dat het DNA-onderzoek overtuigend aantoont dat de man de biologische vader is en dat het begrip verwekker volgens de wet inhoudt dat het kind op natuurlijke wijze door geslachtsgemeenschap is ontstaan. De stellingen van verzoeker dat sprake was van donorschap werden onvoldoende gemotiveerd en niet ondersteund door bewijs.
Gelet op de parlementaire geschiedenis en het belang van het kind weegt het hof het belang van verzoeker, die financieel nadeel zou ondervinden, niet zwaarder dan dat van het kind. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van verzoeker af, waarbij de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep af waarbij het vaderschap van de overleden man ten aanzien van het kind wordt vastgesteld.