Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
De koopprijs van het verkochte is: honderddertigduizend euro (€ 130.000,00). In de koopprijs is een bedrag van tienduizend euro (€ 10.000,00) voor roerende zaken begrepen.”
Gerechtshof Amsterdam
Klager kocht in mei 2019 een bedrijfshal en sloot een koopovereenkomst met een koopsom van €120.000,- inclusief roerende zaken. De levering vond uiteindelijk plaats op 11 juli 2019 door een kandidaat-notaris, waarbij de leveringsakte een koopsom van €130.000,- vermeldde. Op 9 januari 2020 passeerde de notaris een rectificatieakte om een fout in de perceelsplitsing te corrigeren.
Klager diende een klacht in tegen de notaris wegens afwijkingen tussen de koopovereenkomst en leveringsakte, vermeende onzorgvuldigheid en het ontbreken van hoor en wederhoor. Het hof oordeelde dat het onderdeel van de klacht over de leveringsakte niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de klachttermijn en dat de kandidaat-notaris hiervoor een eigen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid draagt.
De klacht over de rectificatieakte en de bejegening van klager werd wel ontvankelijk verklaard. Het hof bevestigde dat de notaris terecht de rectificatieakte heeft gepasseerd om een kennelijke fout te herstellen, en dat er geen aanwijzingen waren voor een misverstand of dwaling over de omvang van het perceel. Ook de verwijten over het ontbreken van overleg en het zich verschuilen achter anderen werden ongegrond bevonden.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing voor het niet-ontvankelijke deel, verklaarde dit onderdeel niet-ontvankelijk en bevestigde de rest van de beslissing. De klacht werd daarmee in zijn geheel afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.