Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
- de man, met zijn advocaat;
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
NJ2018/411.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben het huwelijk ontbonden bij beschikking van 16 juli 2024. De rechtbank heeft de echtelijke woning toegewezen aan de vrouw onder voorwaarden, waaronder het ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening. De man verzoekt schorsing van de uitvoerbaarheid van deze beschikking, stellende dat hij belang heeft bij behoud van de woning en dat de vrouw onterecht als eerste mag onderzoeken of zij de woning kan overnemen.
Het hof heeft de belangen van partijen afgewogen, waarbij het belang van de vrouw om met de kinderen in de woning te blijven wonen en haar vermogen om de hypotheek te dragen zwaarwegend zijn. De man kon onvoldoende aantonen dat zijn belang zwaarder weegt, ook niet met betrekking tot het hoofdverblijf van de kinderen, regresvorderingen of de woning in Marokko.
De voorzieningenrechter had de termijn voor de vrouw verlengd tot een maand na beslissing van het hof op het schorsingsverzoek. Het hof oordeelt dat het executierisico onvoldoende gewicht in de schaal legt en dat teruglevering mogelijk blijft indien het hoger beroep slaagt. Het verzoek tot schorsing en het subsidiaire verzoek worden afgewezen. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking tot verdeling van de echtelijke woning af.