ECLI:NL:GHAMS:2024:3028
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot in strafzaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die eindigde in een sepot.
De rechtbank wees het verzoek af vanwege een vermoeden dat appellant onrechtmatig handelde door het verzwegen van bezit van onroerend goed tijdens een uitkeringsperiode. Het hof overweegt dat de onschuldpresumptie en gronden van billijkheid een vergoeding mogelijk maken, ook als de strafzaak niet tot een veroordeling leidde.
Het hof stelt vast dat appellant steeds ontkend heeft strafbaar te hebben gehandeld en dat de bestuursrechtelijke procedure nog loopt. Gezien deze omstandigheden en het toetsingskader van artikel 530 Sv Pro en het EVRM, acht het hof gronden aanwezig om de vergoeding toe te kennen.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en kent een vergoeding toe van in totaal €5.478,85 voor gemaakte kosten van rechtsbijstand in de strafzaak en de verzoekschriftprocedures.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €5.478,85 toe voor kosten rechtsbijstand na sepot in strafzaak.