ECLI:NL:GHAMS:2024:3024
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand na beleidssepot strafzaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam over een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro. Het verzoek betrof vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in de strafzaak en de verzoekschriftprocedure.
De strafzaak was geëindigd met een beleidssepot zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof benadrukte dat de onschuldpresumptie vereist dat in de verzoekschriftprocedure niet de indruk mag ontstaan dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De eerdere beschikking bevatte impliciet een dergelijke mening, waardoor deze niet in stand kon blijven.
Het hof stelde vast dat nader onderzoek naar schuld in deze procedure niet mogelijk is en dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de gevorderde kosten. Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en wees het de vergoeding van in totaal €3.524,70 toe.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 29 oktober 2024, waarbij de voorzitter de tenuitvoerlegging beval.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding toe van €3.524,70 voor kosten rechtsbijstand na beleidssepot.