ECLI:NL:GHAMS:2024:3022
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding wegens opgelegde straf en maatregel
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 533 Sv Pro tot vergoeding van schade geleden door verzekering, klinische observatie en voorlopige hechtenis. Het verzoekschrift werd ingediend op 6 juni 2024 en behandeld in de raadkamer op 15 oktober 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was.
Het hof stelde vast dat de strafzaak was geëindigd met een gevangenisstraf van 8 dagen en een maatregel tot vrijheidsbeperking, waardoor niet is voldaan aan het vereiste dat de zaak zonder oplegging van straf moet zijn geëindigd voor ontvankelijkheid. De verdediging pleitte voor een ruimere uitleg van het zaaksbegrip, maar het hof volgde dit niet.
Het hof oordeelde dat de gevoegde zaken als één zaak moeten worden beschouwd en dat het enkele feit dat verzoeker langdurig zijn vrijheid is ontnomen niet leidt tot onbillijkheid die vergoeding rechtvaardigt. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding wegens oplegging van straf.