ECLI:NL:GHAMS:2024:2866
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- T.M. Subelack
- A.V.T. Bie
- M. Groenleer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wettelijke kinderalimentatieverplichting en ingangsdatum met terugwerkende kracht
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Amsterdam de wettelijke onderhoudsverplichting van de man jegens zijn twee kinderen vastgesteld. De man betwistte de hoogte van de alimentatie en de ingangsdatum, stellende dat een lagere bijdrage was overeengekomen en dat de alimentatie pas zou ingaan na onherroepelijke vaststelling van het vaderschap.
Het hof oordeelde dat de wettelijke maatstaven dwingendrechtelijk zijn en dat een lagere onderlinge afspraak nietig is indien deze ten nadele van de kinderen is. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €408 per kind per maand, rekening houdend met het netto besteedbaar inkomen van beide ouders en een zorgkorting van 15% vanwege de omgangsregeling.
De draagkracht van de man werd berekend op €1.682 per kind per maand, waarop de alimentatieverplichting werd vastgesteld op €334 per kind per maand. De ingangsdatum werd vastgesteld op 28 december 2022, de datum van het verzoekschrift, met terugwerkende kracht op grond van artikel 1:207 lid 5 BW Pro. Tevens werd bepaald dat de man een eventuele achterstallige alimentatie in maandelijkse termijnen van €200 zal voldoen totdat de achterstand is ingelost.
Uitkomst: De man moet vanaf 28 december 2022 €334 per kind per maand betalen en een achterstand in termijnen van €200 per maand voldoen.