ECLI:NL:GHAMS:2024:2734

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
1 oktober 2024
Zaaknummer
000357-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding kosten raadsman buiten strafzaak en toekenning billijke vergoeding

Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak en een verzoekschriftprocedure. Het hof oordeelde dat alleen kosten die in rechtstreeks verband staan met de strafzaak vergoed kunnen worden. Kosten gemaakt in een civiele procedure tegen een ziektekostenverzekeraar werden niet als zodanig aangemerkt en het verzoek daartoe werd afgewezen.

Wel werden gronden van billijkheid vastgesteld voor vergoeding van kosten rechtsbijstand die direct verband hielden met de strafzaak en de verzoekschriftprocedure. Het hof kende daarom een vergoeding toe van in totaal € 6.798,07. De beschikking werd gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 24 september 2024.

De uitspraak benadrukt het belang van het directe verband tussen kosten en strafzaak voor vergoeding en bevestigt de mogelijkheid van billijke vergoeding binnen de procedure op grond van artikel 530 Sv Pro.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in civiele procedure afgewezen, billijke vergoeding toegekend voor strafzaak en verzoekschriftprocedure.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000357-24 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001783-22
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. T.H.L. Kneepkens,
Valeriusplein 20, 1075 BH Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 21 mei 2024 ingekomen.
Op 8 augustus 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 27 augustus 2024 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 8.090,37;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 21 februari 2024 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het onder a verzochte ziet op rechtsbijstand door:
I. Paul-Van Velzen en R. Hoepelmans (Holla legal & tax) ten bedrage van € 1.762,30;
M.L. Firet en A.J. van der Velden (Luns Van der Velden Advocaten) ten bedrage van
€ 907,50;
T.H.L. Kneepkens (JKR Advocaten) ten bedrage € 5.210,57.
Het hof zal het onder a.i. verzochte afwijzen. Onder de kosten van een raadsman waarvoor een vergoeding kan worden toegekend a.b.i. de eerste volzin van artikel 530, lid 2 Sv, zijn te verstaan de kosten van een raadsman die in rechtstreeks verband staan met strafzaak tegen gewezen verdachte (HR 20 mei 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9355). Door verzoeker is dit rechtstreekse verband van –naar het hof begrijpt – kosten van rechtsbijstand gemaakt in een civiele procedure/geschil tussen verzoeker en ziektekostenverzekeraar VGZ, niet, althans onvoldoende toegelicht. Ook overigens is niet van dit rechtstreekse verband als hiervoor bedoeld gebleken.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak als verzocht onder a.ii. en a.iii. tot een bedrag van € 6.118,07.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 6.798,07 (zesduizend zevenhonderdachtennegentig euro en zeven cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, A.W.T. Klappe en D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 24 september 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 6.798,07 (zesduizend zevenhonderdachtennegentig euro en zeven cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 24 september 2024,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.