Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling door het tonen van een mes aan zijn ex-vriendin op 8 april 2023 in Amsterdam.
De verdachte had een mes in zijn jaszak en trok het handvat deels uit zijn zak om het aan het slachtoffer te tonen tijdens een ontmoeting waarbij de ex-vriendin samen met haar vader spullen kwam ophalen. Hoewel de verdachte ontkende het mes daadwerkelijk te hebben getoond, achtte het hof dit wettig en overtuigend bewezen op basis van zijn eigen verklaring en overige bewijsmiddelen. Het hof sprak de verdachte vrij van het deel van de tenlastelegging dat betrekking had op het maken van een stekende beweging met het mes.
De rechtbank had de verdachte vrijgesproken, maar het hof oordeelde anders en legde een geldboete van €350 op, passend gelet op de ernst van het feit en de impact op het slachtoffer. De vordering tot immateriële schadevergoeding van €500 door het slachtoffer werd afgewezen omdat onvoldoende concrete onderbouwing werd gegeven voor een aantasting van haar persoon. Tevens werd de voorwaardelijke werkstraf uit 2021 tenuitvoer gelegd vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.