ECLI:NL:GHAMS:2024:1432
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Oneerlijk beding in effectenleaseovereenkomst over beëindigingskosten vernietigd
In deze zaak stond de vraag centraal of een beding in de door Dexia gehanteerde voorwaarden, dat een vast percentage van 15% aan buitengerechtelijke beëindigingskosten rekent zonder maximum, oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EG. Het hof bevestigde dat dit beding binnen de werkingssfeer van de Richtlijn valt en onderzocht of het beding het evenwicht tussen partijen aanzienlijk verstoort.
Het hof concludeerde dat het beding inderdaad oneerlijk is omdat het afwijkt van de gangbare staffel voor buitengerechtelijke kosten, geen maximum kent en een fors hoger minimumbedrag hanteert dan gebruikelijk. Dit leidt tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht ten nadele van de consument, die het beding waarschijnlijk niet zou hebben aanvaard bij eerlijke onderhandelingen.
Als gevolg vernietigde het hof het beding ambtshalve, waardoor de reeds in rekening gebrachte beëindigingskosten van €110 per leaseovereenkomst komen te vervallen. Partijen kunnen nu hun betalingsverplichtingen wederzijds berekenen volgens de richtlijnen van de Hoge Raad en het financiële overzicht van Dexia. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde partijen tot betaling van de berekende bedragen, waarbij de kosten in eerste aanleg worden gecompenseerd en de appellant in hoger beroep wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het oneerlijke beding over beëindigingskosten en veroordeelt partijen tot wederzijdse betaling van de berekende bedragen met rente.