ECLI:NL:GHAMS:2024:127
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na fictieve inverzekeringstelling afgewezen
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak waarin hij op 11 augustus 2021 werd opgehouden voor verhoor. Hoewel de ophoudingsduur met 12 minuten werd overschreden, was er geen formele inverzekeringstelling. Het hof oordeelt dat de wet geen vergoeding toekent voor schade bij fictieve inverzekeringstelling zonder daadwerkelijke inverzekeringstelling.
Wel acht het hof gronden van billijkheid aanwezig om vergoeding toe te kennen voor de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure zelf. De totale vergoeding bedraagt € 4.806,10.
Het verzoek op grond van artikel 533 Sv Pro wordt niet-ontvankelijk verklaard, terwijl het verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro wordt toegewezen. De beschikking is op 9 januari 2024 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding schade wegens fictieve inverzekeringstelling wordt afgewezen, maar vergoeding voor kosten rechtsbijstand wordt toegekend.