Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[jongmeerderjarige] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De man en vrouw hadden een langdurige relatie en zijn ouders van twee kinderen, een jongmeerderjarige en een minderjarige. De rechtbank had eerder alimentatiebijdragen vastgesteld voor de kosten van verzorging, opvoeding en studie.
De man kwam in hoger beroep tegen de hoogte van deze alimentatie, met name de bijdrage voor de jongmeerderjarige, en voerde bezwaren aan tegen de berekening van de behoefte en draagkracht. Het hof onderzocht de inkomsten, woonlasten, en studiekosten van de kinderen en ouders, en beoordeelde de mate waarin eigen inkomsten van de jongmeerderjarige in mindering konden worden gebracht.
Het hof oordeelde dat de eigen inkomsten van de jongmeerderjarige niet substantieel en structureel waren en dat het studiebudget conform de Wet studiefinanciering leidend was. De draagkracht van de man en vrouw werd berekend aan de hand van hun netto besteedbaar inkomen, rekening houdend met woonlasten en andere lasten. De man werd gedeeltelijk in het gelijk gesteld, met een verlaging van zijn alimentatieverplichting in bepaalde perioden.
De beschikking van de rechtbank werd voor een deel vernietigd en het hof stelde nieuwe maandelijkse alimentatiebedragen vast, waarbij ook werd bepaald dat teveel betaalde alimentatie niet hoeft te worden terugbetaald. Het verzoek tot voorlopige voorzieningen werd afgewezen omdat het hof in de hoofdzaak een beslissing nam.
Uitkomst: Het hof heeft de alimentatiebijdragen van de man aan de vrouw en kinderen deels verlaagd en de eerdere beschikking deels vernietigd.