Uitspraak
Procesgang
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
nihil, gelet op de in de strafzaak bepleite (integrale) vrijspraak.
Gerechtshof Amsterdam
Het openbaar ministerie vorderde in eerste aanleg ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van ongeveer €45.344,49 van de betrokkene, die eerder was veroordeeld voor het vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne. De rechtbank had deze vordering toegewezen.
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen zowel de strafzaak als de ontnemingsvordering. Bij arrest van het gerechtshof op 5 april 2024 is de betrokkene vrijgesproken van de tenlastelegging in de strafzaak.
Gelet op deze vrijspraak heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarmee vervalt de grondslag voor de ontnemingsvordering.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vanwege de vrijspraak van de betrokkene.