ECLI:NL:GHAMS:2023:950
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Incident tot terugverwijzing van civiele zaak naar rechtbank afgewezen door Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam heeft de geïntimeerde verzocht om terugverwijzing van de zaak naar de rechtbank omdat door een fout van de rechtbank het verweer van de appellant niet bij de beoordeling was betrokken. Dit leidde tot een onterecht onbetwist geachte vordering en toewijzing door de rechtbank.
De appellant stemde in met het verzoek tot terugverwijzing, verwijzend naar rechtspraak van de Hoge Raad. Het hof overweegt echter dat het verbod op terugwijzing van zaken naar de rechtbank na vernietiging van een eindvonnis ook geldt wanneer partijen daarom verzoeken, behalve in enkele door de Hoge Raad geaccepteerde uitzonderingen.
De situatie waarin het verweer van de gedaagde niet is betrokken, wordt niet als een dergelijke uitzondering beschouwd. Het hof oordeelt dat de rechtbank haar taak heeft vervuld, ook al was de motivering kennelijk onjuist. Daarom wijst het hof het verzoek tot terugverwijzing af en compenseert de kosten van het incident, waarna de zaak wordt verwezen naar de rol voor beraad partijen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot terugverwijzing af en compenseert de kosten van het incident.