ECLI:NL:GHAMS:2023:3486
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep immateriële schadevergoeding na mishandeling en feitelijke aanranding in discotheek
Appellante was in een discotheek in Amsterdam waar zij door geïntimeerde werd betast en vervolgens mishandeld. De politierechter veroordeelde geïntimeerde voor feitelijke aanranding en mishandeling en kende appellante een immateriële schadevergoeding van €500 toe, terwijl haar materiële schadevordering niet-ontvankelijk werd verklaard.
Appellante stelde hoger beroep in tegen de gedeeltelijke afwijzing van haar civiele vordering. Het hof oordeelde dat appellante niet-ontvankelijk was in het hoger beroep voor de materiële schadevordering, omdat deze niet inhoudelijk door de politierechter was beoordeeld. De immateriële schadevergoeding werd door het hof verhoogd naar €1250, waarbij het aanvullende bedrag van €750 werd toegewezen.
Het hof motiveerde de verhoging door het vastgestelde lichamelijke en psychische letsel, waaronder PTSS-gerelateerde klachten, angst en paniek. Ook werden de proceskosten in eerste aanleg verhoogd van €180 naar €360 en werd geïntimeerde veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep. Het arrest werd gewezen op 28 november 2023 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Hof verhoogt immateriële schadevergoeding naar €1250 en wijst materiële schadevordering af wegens niet-ontvankelijkheid.