ECLI:NL:GHAMS:2023:3044
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- E. van Die
- M. van der Horst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep schadevergoeding en rechterlijke machtiging na vrijspraak en zorgmachtiging
Appellant was aangehouden op verdenking van huiselijk geweld en vernieling en zat in voorlopige hechtenis van 30 oktober 2021 tot 13 mei 2022. De rechtbank sprak appellant vrij van huiselijk geweld en verklaarde de vervolging van vernieling niet-ontvankelijk. Tegelijkertijd gaf de rechtbank een rechterlijke machtiging af voor opname en verblijf voor zes maanden op grond van de Wet Forensische Zorg (Wfz).
Appellant verzocht om schadevergoeding voor de ondergane voorlopige hechtenis en gemaakte kosten rechtsbijstand op grond van artikelen 530 en 533 Sv. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af vanwege de rechterlijke machtiging, die als vrijheidsbenemende maatregel werd aangemerkt. Het hof vernietigde deze afwijzing wegens onvoldoende motivering en beoordeelde het verzoek opnieuw.
Het hof oordeelde dat de rechterlijke machtiging geen strafrechtelijke maatregel is en dat appellant ontvankelijk is in zijn verzoek. Bij het billijkheidsoordeel speelde mee dat appellant een uitgebreid strafblad had, verslavingsproblematiek en een weigerachtige houding ten aanzien van medewerking aan onderzoeken. Het hof concludeerde dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de voorlopige hechtenis. Wel werden de kosten voor rechtsbijstand in hoger beroep toegewezen.
Het hoger beroep werd deels afgewezen en deels toegewezen: het verzoek om schadevergoeding voor voorlopige hechtenis werd afgewezen, het verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand in eerste aanleg werd afgewezen, en het verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand in hoger beroep werd toegewezen.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding voor voorlopige hechtenis wordt afgewezen, vergoeding van kosten rechtsbijstand in hoger beroep wordt toegekend.