In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam over de ontnemingsvordering wegens niet-ambtelijke omkoping heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en een nieuw bedrag vastgesteld. De betrokkene werd onherroepelijk veroordeeld voor niet-ambtelijke omkoping in de periode 2010-2013.
Het hof heeft vastgesteld dat de betrokkene door omkoping voordeel heeft verkregen via een inkoopverbetertraject tussen Stichting [stichting01] en zijn onderneming [bedrijf01]. Betalingen aan een werknemer van de stichting werden als gift aangemerkt en er was een causaal verband tussen de omkoping en het contract. Diverse financiële posten, zoals vennootschapsbelasting en advocatenkosten, zijn meegenomen in de berekening.
De uiteindelijke schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt €496.078,00. Het hof heeft de redelijke termijn overschrijding in hoger beroep vastgesteld maar acht deze voldoende gecompenseerd. De betrokkene wordt verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen, met een maximale gijzelingstermijn van 1080 dagen.