ECLI:NL:GHAMS:2023:2001
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot ontneming wegens verjaring onderliggend misdrijf
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 24 juli 2023 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beslissing van de politierechter in Haarlem van 20 april 2011. De zaak betreft een vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een veroordeling voor het opzettelijk telen en/of aanwezig hebben van 75 hennepplanten.
Het hof heeft echter vastgesteld dat het onderliggende misdrijf is verjaard en dat er geen geldige veroordeling meer bestaat. Hierdoor kan de officier van justitie niet ontvankelijk worden verklaard in de ontnemingsvordering. Het hof vernietigde de eerdere beslissing en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk.
Deze beslissing volgt op het arrest in de strafzaak met parketnummer 23-003336-22, waarin het hof de vervolging wegens het tenlastegelegde misdrijf heeft beëindigd wegens verjaring. De ontnemingsvordering kan niet los van een geldige veroordeling worden gehandhaafd, waardoor het beroep van de betrokkene succesvol was.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens verjaring van het onderliggende misdrijf.