ECLI:NL:GHAMS:2023:1869
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding huurovereenkomst wegens betwisting hoofdverblijf in woning
Appellant huurt een woning van Eigen Haard, die ontbinding en ontruiming vorderde omdat appellant geen hoofdverblijf in de woning zou hebben. De kantonrechter wees deze vordering toe. In hoger beroep werd Eigen Haard toegelaten tot bewijslevering, waarbij zij getuigen hoorde die een onpersoonlijke en vrouwelijk ingerichte woning constateerden met weinig persoonlijke bezittingen van appellant.
Appellant voerde tegenbewijs aan met getuigenverklaringen van familie, buren en een kennis, die stelden dat appellant wel degelijk zijn hoofdverblijf in de woning had, ondanks periodes van afwezigheid vanwege familieomstandigheden en werk. Het hof oordeelde dat Eigen Haard niet slaagde in haar bewijslast en dat de bevindingen onvoldoende waren om vast te stellen dat appellant niet zijn hoofdverblijf had.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen van Eigen Haard af. Tevens werd Eigen Haard veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties. Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam op 1 augustus 2023.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen van Eigen Haard af wegens onvoldoende bewijs dat appellant niet zijn hoofdverblijf in de woning had.