ECLI:NL:GHAMS:2022:529
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoekster in hoger beroep voogdijoverdracht wegens gebrek aan belang
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank waarin de voogdij over haar kinderen is overgedragen van de gecertificeerde instelling (GI) aan de pleegouders. De moeder betoogde ontvankelijk te zijn omdat de voogdijoverdracht haar familie- en gezinsleven raakt en zij als biologische moeder rechten en verplichtingen heeft. De pleegouders stelden dat de moeder geen belanghebbende is omdat haar gezag al in 2019 was beëindigd en de voogdijoverdracht haar rechten niet rechtstreeks raakt.
Het hof heeft overwogen dat op grond van artikel 798 lid 1 Rv Pro belanghebbenden degenen zijn op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft. Gelet op het ontbreken van gezag sinds 2019 en het feit dat de omgangsregeling met de kinderen ongewijzigd blijft, is de voogdijoverdracht geen directe inmenging in de rechten van de moeder. Ook de vrees van de moeder dat het contact met de kinderen zal worden verbroken of dat de pleegouders zullen emigreren, acht het hof ongegrond.
Daarmee concludeert het hof dat de moeder niet als belanghebbende kan worden aangemerkt en verklaart haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De beschikking van de rechtbank blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens gebrek aan belang.