ECLI:NL:GHAMS:2022:2671
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie na ontbinding huwelijk met geschil over schijnhuwelijk en grievend gedrag
Partijen waren gehuwd in 2013 in Marokko en het huwelijk werd in 2021 ontbonden. De vrouw, met Marokkaanse nationaliteit, woont sinds 2020 in Nederland. De rechtbank wees partneralimentatie af, maar de vrouw ging in hoger beroep.
De man stelde dat sprake was van een schijnhuwelijk en grievend gedrag van de vrouw, waardoor volgens hem de onderhoudsverplichting zou vervallen. Het hof oordeelde dat het huwelijk rechtsgeldig is en dat de lotsverbondenheid niet vervalt door vermeend schijnhuwelijk of gedrag. Grievend gedrag is niet voldoende om alimentatie te weigeren.
De vrouw verblijft in een opvanglocatie, ontvangt een uitkering en volgt Nederlandse taallessen. Het hof acht haar momenteel niet in staat zelf in haar levensonderhoud te voorzien. De man heeft draagkracht voor partneralimentatie vastgesteld op €410 per maand tot juni 2022 en daarna €573 per maand.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en bepaalde de alimentatiebedragen met ingang van 22 september 2021. Het verzoek van de man om verval van onderhoudsplicht wegens schijnhuwelijk en grievend gedrag werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst partneralimentatie toe aan de vrouw met een bedrag van €410 per maand tot juni 2022 en €573 per maand daarna.