ECLI:NL:GHAMS:2022:1748
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst hotel wegens slechte bedrijfsvoering ondanks eerdere gedeeltelijke ontbinding
De zaak betreft een hoger beroep van Zosta Beheer B.V. tegen [geïntimeerde] over de beëindiging van een huurovereenkomst voor twee panden, waarvan één als hotel werd geëxploiteerd. Eerder was de huurovereenkomst voor het tweede pand gedeeltelijk ontbonden wegens illegaal gebruik als hotel en verboden onderverhuur. Het hof bevestigde dat de tekortkomingen alleen betrekking hadden op het tweede pand en niet op het hotelgedeelte.
Zosta stelde dat de bedrijfsvoering van de huurder met betrekking tot het hotel ook niet als goed huurderschap kon worden beschouwd en dat de huurovereenkomst daarom geheel beëindigd moest worden. De kantonrechter wees dit af, maar het hof oordeelde dat de opzeggingsgrond van slechte bedrijfsvoering op zichzelf staat en niet gelijkgesteld mag worden aan ontbinding wegens tekortkoming.
Het hof stelde vast dat de huurder zich schuldig had gemaakt aan slechte bedrijfsvoering door onder meer het illegaal gebruik van het tweede pand als onderdeel van het hotel en het verplaatsen van de hotelreceptie. Dit rechtvaardigde de beëindiging van de huurovereenkomst voor het hotelpand. De vordering van Zosta werd toegewezen en de huurovereenkomst eindigt op 31 december 2022, met ontruiming van het pand uiterlijk op die datum.
Uitkomst: De huurovereenkomst voor het hotelpand wordt beëindigd en het pand moet uiterlijk 31 december 2022 worden ontruimd.