Uitspraak
1.hij op of omstreeks 8 september 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten de Memlingstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde], en/of tegen een of meerdere goed(eren), te weten een scooter en/of een paar schoenen van voornoemde [benadeelde], welk geweld bestond uit het- (met kracht) vastpakken van de (linker)arm van voornoemde [benadeelde] en/of- (vervolgens) (terwijl voornoemde [benadeelde] op zijn scooter zat) (met kracht) trekken aan de (linker)arm van voornoemde [benadeelde] en/of- (met kracht) slaan/stompen op de neus, in elk geval op het lichaam, van voornoemde [benadeelde] (waardoor voornoemde [benadeelde] op de grond viel) en/of- (vervolgens) (toen voornoemde [benadeelde] op de grond lag) een of meermalen (met kracht) schoppen en/of slaan op het hoofd, in elk geval op het lichaam, van voornoemde [benadeelde] en/of- het laten vallen van de scooter van voornoemde [benadeelde] en/of- het kapot trekken van de schoenzolen van voornoemde [benadeelde]
1.hij op 8 september 2020 te Amsterdam, openlijk, te weten op de Memlingstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde], welk geweld bestond uit het
van de aangever [benadeelde]:
verklaring van [getuige 1]:
flying kickhet slachtoffer wilde raken ter hoogte van zijn borst. Ik zag dat de dader het slachtoffer half raakte. Qua aantal mensen zag ik dat het een groep was. Ik zag dat het slachtoffer alleen was. Ik zag dat de groep in een soort kommetje om het slachtoffer heen stond toen wij aan kwamen fietsen.
verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 11 november 2021.
verklaring van [getuige 2]:
verklaring van [naam 3]:
verklaring van [naam 4]:
schrijven van30 september 2020 van [arts 1], als arts-assistent verbonden aan het
VUMC(als bijlage 3 opgenomen bij het schriftelijke verzoek tot schadevergoeding van de benadeelde partij).
een schrijven van30 september 2020 van de aan het
VUMCverbonden dr. [arts 2], KNO-arts i.o. en drs. [arts 3], KNO-arts (als bijlage 3 opgenomen bij het schriftelijke verzoek tot schadevergoeding van de benadeelde partij).
op dat de verdediging blijkens een e-mail van 8 maart 2022 en het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris van 11 maart 2022 aan laatstgenoemde heeft laten weten er geen bezwaar tegen te hebben om [naam 3] ‘niet te laten komen’, waarna van het reeds geplande verhoor van [naam 3] is afgezien. Aldus is door de verdediging afstand gedaan van het recht op ondervraging van [naam 3], zodat evengenoemde verdragsbepaling er niet aan in de weg staat dat de door [naam 3] tegenover de politie afgelegde verklaring tot het bewijs wordt gebezigd (vgl. HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1215). Dat de aanleiding voor de afstand van het ondervragingsrecht gelegen is geweest in de brief van de advocaat van [naam 3] van 7 maart 2022, waarin deze aankondigde dat zijn cliënt bij het geplande verhoor geen vragen zou beantwoorden, maakt dit niet anders.
first offenderin het geval van het plegen van openlijk geweld tegen personen als uitgangspunt genoemd een taakstraf van 40 uur of eventueel een geldboete van € 200,00. In strafverzwarende zin weegt het hof mee de aard en ernst van het door het slachtoffer opgelopen letsel, almede de impact die het incident verder op zijn welzijn en dagelijks leven heeft gehad.
taakstraf, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen jeugddetentie.
€ 1.085,85 (duizend vijfentachtig euro en vijfentachtig cent) bestaande uit € 85,85 (vijfentachtig euro en vijfentachtig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.