ECLI:NL:GHAMS:2022:1257
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over oplevering recreatiewoning en toewijsbaarheid schoonmaak- en schilderkosten
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een verhuurder en huurder van een recreatiewoning over de oplevering bij het einde van de huurperiode. De huurder had de woning gehuurd vanaf 2013 en de verhuurder stelde dat de woning niet in de juiste staat was opgeleverd, met name vanwege nicotineaanslag, schoonmaak- en schilderwerkzaamheden en achterstallig tuinonderhoud.
De kantonrechter had de vordering van de huurder tot terugbetaling van de waarborgsom toegewezen en de vordering van de verhuurder afgewezen. Het hof oordeelt echter dat de nicotineaanslag geen normale slijtage is en dat de huurder verplicht was de woning schoon en in goede staat op te leveren, inclusief het binnenschilderwerk. De kosten van schoonmaak, schilderwerk (met een aftrek van 50%) en het reinigen van vitrages zijn toewijsbaar.
Wat betreft het tuinonderhoud oordeelt het hof dat de verhuurder geen aanspraak kan maken op herstelkosten, omdat bij de vooroplevering geen gebreken aan de tuin zijn geconstateerd en de huurder mocht aannemen dat de tuin in orde was. De verhuurder krijgt wel deels gelijk in de vordering tot schadevergoeding wegens huurderving, maar slechts voor twee maanden in plaats van vier.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 6.147,48, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De vordering van de huurder wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de huurder tot betaling van € 6.147,48 plus rente en kosten en wijst haar vordering af.