ECLI:NL:GHAMS:2021:994
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding kosten mediation en rechtsbijstand in strafzaak mensenhandel
In deze zaak verzocht appellant om vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak waarin hij werd verdacht van mensenhandel. Na verhoren startte een mediationtraject dat leidde tot een vaststellingsovereenkomst waarbij appellant en een ander een bedrag van € 20.000 aan het slachtoffer betaalden.
De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding af vanwege het ontbreken van billijkheid, gelet op het vermoeden van schuld en de mediation in het kader van de strafzaak. Het hof overwoog dat vergoeding van kosten en schade in beginsel plaatsvindt indien de zaak eindigt zonder strafoplegging, maar dat de rechter op grond van billijkheid kan afwijken.
Het hof stelde vast dat geen schuld is vastgesteld en dat de kosten rechtsbijstand tot aan het mediationtraject in aanmerking komen voor vergoeding. Kosten na het mediationtraject, vooral gericht op mediation, werden afgewezen. Uiteindelijk kende het hof een vergoeding toe van € 210 voor verzekering, € 4.012,50 voor rechtsbijstand in de strafzaak en € 830 voor rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure, en wees het overige af.
Uitkomst: Het hof kent gedeeltelijke vergoeding toe voor verzekering en kosten rechtsbijstand, wijst overige verzoeken af.