ECLI:NL:GHAMS:2021:697
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid minderjarige in hoger beroep en toewijzing informeel omgangsverzoek
De zaak betreft een hoger beroep van een minderjarige en haar moeder tegen een beschikking van de rechtbank over gezag en omgang. De minderjarige had zonder toestemming van haar voogdes hoger beroep ingesteld, wat aanvankelijk nietig was, maar achteraf bekrachtigd werd door toestemming van de GI, waardoor zij ontvankelijk werd verklaard.
Zowel de minderjarige als de moeder werden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoeken tot herstel van het ouderlijk gezag, omdat de wet dit niet toelaat aan de minderjarige en de moeder dit verzoek niet in eerste aanleg had gedaan. Wel werd het informele omgangsverzoek van de minderjarige toegewezen, zodat zij haar moeder kan bezoeken wanneer zij wil zonder tussenkomst van de GI.
Het hof nam daarbij mee dat de omgang frequent en positief is, de minderjarige bijna meerderjarig is en zelf haar leven wil inrichten. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven het belang van de omgang en het respecteren van de wensen van de minderjarige. De beschikking werd vernietigd voor zover het omgangsverzoek was afgewezen en in zoverre opnieuw beslist.
Uitkomst: De minderjarige is ontvankelijk in hoger beroep en krijgt het recht om haar moeder te bezoeken wanneer zij wil zonder tussenkomst van de GI, terwijl verzoeken tot herstel van het gezag worden afgewezen.