Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Zaaknummer hof : 001138-20
Gerechtshof Amsterdam
De veroordeelde was bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland veroordeeld tot een locatieverbod van drie jaar, waarbij hij zich niet mocht ophouden in de directe omgeving van de woning van het slachtoffer. Bij overtreding van dit verbod zou vervangende hechtenis worden opgelegd. De veroordeelde werd aangehouden wegens vermeende overtredingen op vier data.
De rechter-commissaris wees de vordering tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis af, omdat het locatieverbod volgens hem niet betrekking had op het nieuwe woonadres van het slachtoffer. Het openbaar ministerie ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overwoog dat het locatieverbod voldoende specifiek was geformuleerd en dat het woord "thans" niet zonder meer van toepassing is op een nieuw woonadres zonder bijzondere omstandigheden. Daarnaast was niet gebleken dat de veroordeelde op de hoogte was van de verhuizing van het slachtoffer. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de rechter-commissaris en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis bevestigd.