ECLI:NL:GHAMS:2021:2772
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek tot vergoeding na strafzaak wegens zaaksbegrip
Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van schade en kosten gemaakt in verband met een strafzaak waarin hij deels veroordeeld en deels vrijgesproken was. De strafzaak betrof meerdere feiten die aanvankelijk afzonderlijk waren behandeld, maar uiteindelijk in één vonnis werden samengevoegd. Verzoeker stelde dat het zaaksbegrip niet aan vergoeding in de weg stond omdat de bewezenverklaarde feiten in verschillende perioden en van verschillende aard waren.
Het hof overwoog dat het begrip 'zaak' in de zin van de wet al het rechtsgeding omvat waarop het proces betrekking had. De eerdere veroordeling van verzoeker in een van de feiten betekent dat de zaak niet is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Daarom is het verzoek tot vergoeding niet ontvankelijk.
De advocaat-generaal had dit standpunt ingenomen en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad die het zaaksbegrip verduidelijkt. Het hof volgde dit en wees het verzoek af. De beschikking werd gegeven door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 21 september 2021.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding wegens het zaaksbegrip en eerdere oplegging van straf.