Uitspraak
1.[klager 1] ,
ZET HOLDING B.V.,
ZEP HOLDING B.V.,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 20 april 2021 een beslissing genomen in een tuchtprocedure tegen een notaris. Na een verzoek van klagers om het dictum te corrigeren omdat niet alle gegronde klachtonderdelen waren vermeld, heeft het hof vastgesteld dat de artikelen 31 en 32 Rv niet van toepassing zijn in het notariële tuchtprocesrecht, maar dat verbetering van kennelijke fouten mogelijk is op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad.
Het hof concludeert dat er sprake is van een kennelijke en eenvoudig te herstellen fout in het dictum van de eerdere beslissing. Daarom wordt het dictum hersteld door expliciet te vermelden dat klachtonderdelen 4 en 5 gegrond zijn en de berisping van de notaris wordt bevestigd. Tevens worden de kosten van klagers en de kosten van behandeling van de klacht aan het LDCR opgelegd aan de notaris.
De overige onderdelen van de beslissing van 20 april 2021 blijven ongewijzigd. Hiermee wordt de procedure correct afgerond met een duidelijke uitspraak over de gegrondheid van de klachten en de opgelegde sancties en kostenveroordelingen.
Uitkomst: Het dictum van de eerdere beslissing is hersteld, de notaris is berispt en veroordeeld tot betaling van kosten aan klagers en het LDCR.