ECLI:NL:GHAMS:2021:2441
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep vergoeding schade door voorlopige hechtenis bij psychische problematiek
Verzoeker stelde schade te hebben geleden door inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in een strafzaak waarin hij uiteindelijk niet strafbaar werd geacht vanwege psychische problematiek. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding af omdat het ingrijpen en de voorlopige hechtenis gelet op de ernst van het feit en de psychische toestand van verzoeker billijk waren.
Het hof nam kennis van het dossier, hoorde de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker, en bevestigde dat de aanhouding en voorlopige hechtenis rechtmatig waren. De deskundigenrapportages toonden aan dat verzoeker psychische problemen had, maar dat opname in een kliniek niet direct mogelijk of wenselijk was. De voorlopige hechtenis bood bovendien begeleiding en stabilisatie.
De advocaat-generaal benadrukte dat er ernstige bezwaren waren voor de hechtenis, mede gezien het strafblad van verzoeker en het risico op terugval in middelengebruik. Het hof vond de situatie niet vergelijkbaar met eerdere zaken waarin langdurige hechtenis zonder adequate behandeling plaatsvond.
Daarom wees het hof het hoger beroep af en bevestigde de afwijzing van de vergoeding voor de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van de vergoeding voor de voorlopige hechtenis.